A-D

Aardbeving

Aardgas zit op ongeveer 3 kilometer diepte onder hoge druk opgesloten in een doorlaatbare zandsteenlaag. Bovenop deze zandsteenlaag ligt een dikke, ondoordringbare zoutlaag. Door het winnen van gas neemt de druk in deze zandsteenlaag af. De zware zoutlaag drukt de zandsteenlaag ineen. Dit noemen we compactie. Deze compactie leidt op de lange termijn tot bodemdaling aan het oppervlak. Wanneer de aardlagen in elkaar worden gedrukt, kan er spanning ontstaan. Hierdoor verschuiven de aardlagen schoksgewijs: dit is een aardbeving.

Aardbevingsbestendige (ver)bouw

Door aardbevingen zijn in het gebied boven het Groningen-gasveld extra inspanningen nodig voor veilig wonen. Aardbevingsbestendige bouw is daarom van belang, zowel bij nieuwbouw als bij bestaande bouw. In opdracht van de overheid worden voor aardbevingsbestendige bouw regels en richtlijnen opgesteld: de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR).

Aardgas

Aardgas is een fossiele energiebron die miljoenen jaren geleden ontstond door planten- en dierenresten. Onder hoge druk en hoge temperaturen veranderden deze planten- en dierenresten op grote diepte langzaam in kolen en gas. Aardgas is geurloos, licht ontvlambaar en niet giftig.

Aardgasketen

Voordat aardgas een fornuis of cv-ketel bereikt, legt het een lange weg af. Dit noemen we de aardgasketen. In die keten is NAM de eerste schakel door gas op te sporen en te winnen. Daarna moet het gas geschikt worden gemaakt voor gebruik. Dit doet de Gasunie, die ook zorgt voor het vervoer van het gas via een netwerk van pijpleidingen. GasTerra verzorgt de verkoop van gas aan grote bedrijven en energieleveranciers in binnen- en buitenland.

Aardolie

Aardolie is een fossiele energiebron die ontstond uit plankton: kleine organismen die in zee leven. Dit plankton veranderde miljoenen jaren geleden in aardolie. Dat gebeurde bij temperaturen tussen de 60 en 120°C en op diepten van 1 tot 1,5 kilometer. Van aardolie worden niet alleen brandstoffen gemaakt, maar ook grondstoffen voor allerlei kunststoffen. Aardolie is van groot belang voor de wereldeconomie.

Aardwarmte

Aardwarmte (ook wel geothermie genoemd) is de warmte die van nature in de aarde zit. Die warmte is niet overal gelijk. Het verschil in temperatuur aan het oppervlak en dieper in de aarde maakt het mogelijk er energie uit op te wekken. Ook kan de temperatuur van de aarde worden gebruikt voor koeling (in de zomer) en verwarming (in de winter). Aardwarmte is een duurzame energiebron. Het is in opkomst om het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van CO2 te beperken.

Accelerometer

Een accelerometer is een versnellingsmeter. Dit meetapparaat kan een versnelling in de aarde vaststellen en meten. Het wordt onder andere gebruikt om de trillingen van de aarde in het gebied dichtbij het epicentrum te meten.

Bodemdaling

Het zakken van de bodem ten opzichte van een vast referentiepunt, bijvoorbeeld het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Al eeuwenlang kennen we in Nederland bodemdaling door natuurlijke processen, zoals het inklinken van klei- of veenlagen. Bodemdaling kan ook komen door menselijk handelen. Bijvoorbeeld door inpoldering of door het winnen van zout of aardgas. Door gaswinning neemt de druk in de zandsteenlaag op drie kilometer diepte af. Hierdoor wordt deze laag ineengedrukt. Dit noemen we compactie. Compactie leidt op de lange termijn tot bodemdaling aan het oppervlak. 

Boorgatseismometer

Een seismometer of seismograaf legt de trillingen van de aarde vast. De in een boorgat geplaatste seismometer kan lichtere aardbevingen registreren dan seismometers die trillingen aan de oppervlakte registreren.

Bouwkundig versterken

Huizen en gebouwen in het gebied boven het Groningen-gasveld worden de komende jaren op grote schaal versterkt met het programma ‘Bouwkundig Versterken’. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken deed ingenieursbureau Arup in 2013 onderzoek naar het effect van aardbevingen op verschillende gebouwen en woningtypen. Sinds 2013 zijn 13.000 huizen vanaf de straat geïnspecteerd. In acht zogenoemde testwoningen worden versterkende maatregelen getest. Zodat we beter inzicht krijgen in hoe woningen het best versterkt kunnen worden, welke versterkende maatregelen effectief zijn bij welk woningtype én waar in de regio begonnen moet worden met bouwkundig versterken. Sinds 2015 coördineert Centrum Veilig Wonen (CVW) het programma Bouwkundig Versterken.

Breuk(vlak)

Een breuk(vlak) is een scheur in het gesteente waarlangs twee gesteentemassa’s ten opzichte van elkaar verschoven zijn. Of in elkaar gedrukt worden. Als dit gebeurt, kan er spanning ontstaan. Als de aardlagen schoksgewijs verschuiven is er sprake van een aardbeving.

Centrum Veilig Wonen (CVW)

Centrum Veilig Wonen (CVW) zet zich sinds begin van 2015 in voor het herstellen van aardbevingsschade aan huizen en gebouwen in het gebied boven het Groningen-gasveld. Daarnaast coördineert CVW het veiliger maken en verduurzamen van huizen en gebouwen.

Coiled tubing (schoonspoelen)

In oudere aardgasvelden kunnen verontreinigingen in de put voorkomen. Dat kan zout zijn, maar ook zand. Deze verontreinigingen kunnen de put verstoppen. Coiled tubing is het schoonspoelen van een gasput met een lange flexibele buis. Het gas kan daarna weer vrij stromen.

Commissie Bodemdaling

De Commissie Bodemdaling stelt vast welke maatregelen redelijkerwijs nodig zijn om schade, ten gevolge van bodemdaling door aardgaswinning, te voorkomen, te beperken of te herstellen. Ook stelt de commissie vast welke kosten NAM zal vergoeden. Lees meer over de Commissie Bodemdaling op www.commissiebodemdaling.nl

Commissie monitoring Waddengas

Voor de gaswinning vanaf de locaties Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen heeft NAM in 2006 de Commissie monitoring Waddengas 2006 ingesteld. Deze commissie controleert op basis van meet- en monitoringsinformatie of de gaswinning verloopt zoals afgesproken. De commissie ziet verder toe op de kwaliteit van de onderzoeksmethoden. Ook adviseert en informeert de commissie de achterban, zoals andere natuurorganisaties en overheden.

Compactie

Door gaswinning neemt de druk in de gashoudende zandsteenlaag op drie kilometer diepte af. Deze aardlaag wordt hierdoor, onder het gewicht van de bovenliggende zoutlaag, ineengedrukt. Dit noemen we compactie. Compactie leidt op de lange duur tot bodemdaling aan het oppervlak. Wanneer aardlagen bij een natuurlijke breuklijn in elkaar worden gedrukt, kan er spanning ontstaan. Hierdoor verschuiven de aardlagen schoksgewijs: dit is een aardbeving.

Concessie

Vergunning die de overheid afgeeft voor het winnen van bijvoorbeeld aardgas. Voor het verkrijgen van een concessie moet een winningsplan bij de overheid worden ingediend. In dit winningsplan staat beschreven op welke wijze de winning veilig en verantwoord wordt uitgevoerd. Het winningsplan wordt strikt getoetst op veiligheids- en milieuaspecten. Een concessie wordt alleen verleend wanneer de winning, zoals beschreven in het winningsplan, aan alle veiligheidscriteria voldoet.

E-L

EBN B.V.

EBN B.V. (voorheen Energie Beheer Nederland) investeert, namens de Nederlandse Staat, in het opsporen, produceren en verhandelen van gas en olie. Ze is daarmee de aangewezen partner voor olie- en gasmaatschappijen in Nederland. Om de aardgaslevering in de toekomst veilig te stellen, investeert EBN ook in ondergrondse gasopslag. Daarnaast adviseert ze de Nederlandse overheid. Bijvoorbeeld over het mijnbouwklimaat, maar ook over nieuwe mogelijkheden om de ondergrond te benutten.

Energieakkoord

Het Energieakkoord heet voluit het Energieakkoord voor duurzame groei. Dit is een afspraak die de overheid en ruim 40 organisaties in 2013 hebben gemaakt over energiebesparing, duurzame energie en klimaatmaatregelen. Een van de doelen is een besparing van het energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar. Ook moet het aandeel hernieuwbare energie toenemen: tot 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023. Aardgas, als meest schone fossiele brandstof, is een essentieel onderdeel van deze energiemix.

Energiemix

In Nederland maken we gebruik van diverse energiebronnen. Al deze bronnen samen heten de energiemix. Van de fossiele brandstoffen levert aardgas de meeste energie en de minste CO2-uitstoot. Daarmee draagt aardgas samen met zon en wind bij aan een duurzame energiemix.

Energietransitie

Energietransitie is de verzamelnaam voor de plannen om in fasen over te stappen van fossiele energiebronnen naar steeds meer duurzame alternatieven, zoals zon en wind. Het is ook de naam van een veelomvattend programma van de Nederlandse overheid. Een van de doelen van dit plan is om in 2020 een van de duurzaamste landen van Europa zijn.

Exploratieboring

Een exploratieboring vindt plaats tijdens het zoeken naar aardgas of aardolie. Het doel is gegevens over de bodem te verzamelen die wat kunnen zeggen over de aanwezigheid van gas of olie en de kwaliteit ervan. Ook leren we zo meer over de wijze waarop we de delfstof het best kunnen winnen.

Fracken

Fracken (of fracking) is een techniek om zoveel mogelijk gas uit kleine gasvelden te halen. Met fracking kan NAM gas winnen dat anders zou achterblijven. Daartoe wordt een vloeistof onder hoge druk via de boorput in het gasveld gepompt. Zo kan het gas beter en sneller naar de boorput stromen. NAM past de techniek al sinds de jaren ‘50 regelmatig en met succes toe, zowel op land als op zee. Deze techniek is heel iets anders dan het fracken van schaliegas.

Gasgebouw

Met het Gasgebouw wordt de samenwerking bedoeld tussen de overheid en bedrijven bij de winning en verkoop van aardgas. Het is dus geen echt gebouw, maar een samenwerking tussen de overheid, Shell en ExxonMobil. In het Gasgebouw werken deze partijen samen vanuit vier bedrijven: NAM, Maatschap Groningen, GasTerra en Energiebeheer Nederland.

Gasopslag – UGS (underground gas storage)

Om altijd aardgas te kunnen leveren, beschikt NAM over mogelijkheden om het gas ondergronds op te slaan. Dit gebeurt in lege gasvelden. De Engelse naam hiervoor is 'underground gas storage', kortweg UGS. Op twee locaties slaat NAM ondergronds gas op: bij Norg en Grijpskerk. Vanuit deze ondergrondse gasopslagen kan NAM direct extra aardgas leveren. Bijvoorbeeld als de vraag onverwacht hoog is.

Hoogcalorisch

Hoogcalorisch is het tegenovergestelde van laagcalorisch. Hoogcalorisch aardgas is aardgas met een hoge energiewaarde. Anders gezegd: er wordt bij verbranding relatief veel warmte uit gehaald. Het hoogcalorisch gas in Nederland wordt vooral gewonnen in de kleinere gasvelden. Laagcalorisch gas komt vooral voor in het Groningen-gasveld.

Hoogrendementspomp

Hoogrendementspompen (kortweg hr-pompen) worden gebruikt om aardolie omhoog te halen. Ze zijn de technologische opvolgers van jaknikkers. De pompen werken als een omgekeerde fietspomp. Ze zuigen als het ware door de putten de aardolie uit de bodem. In het Schoonebeek-veld staan 40 hoogrendementspompen van NAM. Ze halen per slag 4 keer meer olie naar boven dan de jaknikkers.

Hydrofoon

Een hydrofoon is een onderwatermicrofoon die weerkaatsingen van trillingen opvangt. NAM gebruikt het bij zeebodemonderzoek van oeroude zandsteenlagen waar aardgas in kan zitten. Dit onderzoek gebeurt vanaf een schip dat trillingen opwekt die in de diepe ondergrond weerkaatsen. Zo brengt NAM de bodem van de Noordzee nauwkeurig in kaart.

Kleine-velden-beleid

Het kleine-velden-beleid is een belangrijk begrip in de Nederlandse aardgaswinning. Dit beleid is in de jaren ’70 door de Nederlandse overheid opgesteld om naast het aardgas uit het grote Groningen- gasveld ook gas uit 175 kleine velden in Nederland te winnen. Het doel is om als land minder afhankelijk te zijn in de energievoorziening.

Laagcalorisch

Laagcalorisch is het tegenovergestelde van hoogcalorisch. Met laagcalorisch wordt bedoeld dat de brandstof een lage energiewaarde heeft. Dat wil zeggen: er wordt bij verbranding relatief weinig warmte uit gehaald. Het laagcalorisch gas in Nederland wordt vooral gewonnen in het Groningen-gasveld. Hoogcalorisch gas komt vooral voor in kleinere gasvelden.

M-P

Meetnetwerk

Het KNMI-meetnetwerk is sinds 2014 fors uitgebreid. Door voortdurend te meten, krijgen we een steeds beter beeld van de relatie tussen gaswinning en aardbevingen. Het meetnetwerk telt inmiddels 70 meetpunten met ondiepe geofoons en versnellingsmeters. Daarnaast zijn er op de locatie Zeerijp twee putten waar diepe geofoons op een diepte van drie kilometer geplaatst zijn. Een netwerk van 300 gebouwsensoren verbetert het inzicht in het verband tussen aardbevingen en de veiligheid in huis.

Mercalli, schaal van

De schaal van Mercalli werd in 1902 geïntroduceerd door de Italiaan Giuseppe Mercalli. Hij ontwierp een schaal die de mate van trilling van een aardbeving weergeeft. Met de schaal worden de effecten van de trillingen op bijvoorbeeld mensen, voorwerpen, gebouwen en het landschap beschreven. De schaal is verdeeld in 12 delen, aangegeven met Romeinse cijfers. I staat voor ‘niet gevoeld, slechts door instrumenten geregistreerd’. XII voor ‘buitengewoon catastrofaal’.

MER-commissie (milieueffectrapportage)

Een MER-commissie geeft onafhankelijk en deskundig advies over milieueffecten. Een MER is in de Europese Unie verplicht voor projecten die een grote impact kunnen hebben op de natuurlijke omgeving. Voor de instelling van de MER-commissie en de uitvoering van de MER is de Wet milieubeheer van toepassing.

Microseismiciteit

Microseismiciteit is het aantal hele kleine, niet aan de oppervlakte voelbare, aardbevingen in een bepaald gebied.

Mijnbouwhulpstoffen

Bij de winning van olie en gas is het soms noodzakelijk chemische stoffen te gebruiken. Dit zijn de mijnbouwhulpstoffen. Het is van groot belang dat deze stoffen op een veilige manier worden gebruikt. Daarom heeft de overheid voor het gebruik ervan strenge wet- en regelgeving opgesteld. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is de toezichthouder en toetst de vergunningaanvragen.

Mijnbouwwet

De Mijnbouwwet stamt uit 1810. Het is daarmee de oudste wet van Nederland. De wet regelt de gas- en oliewinning in Nederland, zowel op land als op zee. Medio 2016 ging de Tweede Kamer akkoord met een wetswijzing op voorstel van de regering. Hierdoor zal de olie- en gaswinning voortaan nog meer rekening moeten houden met natuur- en milieubelangen. Ook wordt de inspraak van bewoners en gemeenten versterkt. De wetswijziging is niet definitief (herfst 2016) omdat de Eerste Kamer zich er nog over moet uitspreken.

Milieueffectrapportage (MER)

Een milieueffectrapportage, kortweg MER, brengt in beeld wat de gevolgen kunnen zijn van bepaalde projecten voor het milieu. Zijn deze gevolgen in potentie groot, dan is volgens EU-regels een MER verplicht. Voor de instelling van de MER-commissie en de uitvoering van de MER is de Wet milieubeheer van toepassing.

Milieuzorgsysteem

Een milieuzorgsysteem schrijft voor hoe een organisatie de effecten van haar activiteiten op het milieu kan beheersen. Het milieuzorgsysteem van NAM heet officieel het Environmental Management System (EMS). Dit systeem wordt getoetst aan de internationale ISO 14001-norm. Door deze strenge norm moeten we onze inzet voor het milieu aantonen. Ook zijn we verplicht om jaarlijkse controles door zogenaamde auditors te laten uitvoeren.

Monotower

Een monotower is een klein en onbemand productieplatform op zee met één poot in plaats van de traditionele vier poten. De monotower haalt stroom uit zonne- en windenergie. In 2006 werd de eerste monotower door NAM in gebruik genomen. Sindsdien worden steeds meer grote platforms door monotowers vervangen. Dit draagt sterk bij aan de vermindering van de CO2-uitstoot.

Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM)

De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. houdt zich sinds 1947 bezig met de opsporing en winning van gas en olie uit de Nederlandse bodem. Zowel op land als op zee. NAM produceert ongeveer 75 procent van het Nederlandse aardgas. Zowel uit tal van kleine gasvelden als uit het Groningen-gasveld. NAM werkt continu aan nieuwe technieken die de omgeving ontzien. De onderneming telt 1850 medewerkers.
www.nam.nl

Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR)

In de toekomst vinden mogelijk zwaardere aardbevingen plaats. Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) heeft daarom in opdracht van de overheid regels en richtlijnen geformuleerd voor aardbevingsbestendig bouwen: de Nederlandse Praktijkrichtlijn. De eerste tijdelijke, ‘groene’ versie van deze Nederlandse Praktijkrichtlijn is inmiddels beschikbaar. De definitieve ‘witte’ versie volgt.

Offshore

Met offshore wordt verwezen naar winningsactiviteiten op zee. Het betekent letterlijk: uit de kust. Offshore is dus een ander woord voor 'op zee'.

Piekgrondversnelling

De schade door een aardbeving wordt niet zozeer bepaald door de kracht van de beving, maar door de beweging van het grondoppervlak ná de beving. De beweging van het grondoppervlak noemen we piekgrondversnelling (in het Engels peak ground accelaration). De piekgrondversnelling is ook afhankelijk van de bodemgesteldheid. Zo kan een beving met een kracht van 2.0 op de schaal van Richter op zandbodem anders uitpakken dan op veengrond.

Productieplafond

De term productieplafond duidt op de maximale hoeveelheid aardgas die NAM in een bepaald tijdsbestek uit het Groningen-gasveld mag halen. Zowel de regering als de Raad van State heeft dergelijke productieplafonds ingesteld. Vanzelfsprekend voldoet NAM daaraan.

Q-Z

Reservoirdruk

Als gas wordt gewonnen, neemt de druk in het reservoir geleidelijk af. Dit maakt het winnen van het resterende gas lastiger. Waterinjectie kan de druk op peil houden. Een ander mogelijk gevolg van een afnemende reservoirdruk is bodemdaling. Zowel de reservoirdruk als de eventuele bodemdaling wordt bij de gaswinning voortdurend gecontroleerd. Zo werkt NAM bij gasboringen onder Waddenzee volgens het hand aan de kraan-principe. Dit betekent dat de bodemdaling niet meer mag zijn dan de Waddenzee op een natuurlijke manier kan opvangen. Als dat niet het geval is, wordt de productie verminderd – de productiekraan wordt letterlijk dichter gedraaid.

Richter, schaal van

De schaal van Richter werd in 1935 ontworpen door de Amerikaanse seismoloog Charles Richter. Deze magnitudeschaal is gebaseerd op de registratie van bodemtrillingen op verschillende locaties of in de aarde. De sterkte of magnitude van een aardbeving wordt weergegeven op de schaal van Richter. De schaal is logaritmisch. Dit betekent dat de toename met 1 cijfer op de schaal van Richter gelijk staat aan een tien keer zo sterke trilling.

De schaal van Richter meet alléén de kracht van de aardbeving zelf. De gemeten score is overal aan de oppervlakte hetzelfde. Dat is anders bij de intensiteit van een aardbeving. Die is afhankelijk van de plaats waar deze wordt geregistreerd. De schaal van Richter voldoet daarom niet om de gevolgen voor schade aan de oppervlakte in kaart te brengen.

Rijksoverheid

De overheid is eigenaar van het Groningen-gasveld en de ‘kleine gasvelden’ in Nederland. Het ministerie van Economische Zaken (EZ) verleent vergunningen om gasvelden op te sporen en in productie te brengen. Het ministerie toetst elke aanvraag voor een vergunning strikt op veiligheids- en milieuaspecten. Denk hierbij aan verwachte bodemdaling en aardbevingen.

Schadeprotocol

De afhandeling van schade als gevolg van de aardbevingen in Groningen moet voor iedereen helder zijn. Daarom is deze afhandeling nauwkeurig beschreven in een aantal stappen. Dit noemen we het schadeprotocol. Het schadeprotocol wordt voortdurend verbeterd in overleg met belanghebbenden.

Seismiciteit

Seismiciteit geeft het aantal aardbevingen en de hevigheid daarvan aan in een bepaald gebied.

Seismische golven

Een aardbeving veroorzaakt verschillende soorten trillingen. Deze trillingen verspreiden zich vanuit het hypocentrum van de beving, dwars door de aarde maar ook langs het aardoppervlak. Er worden verschillende golven onderscheiden. Elk met een eigen frequentie (aantal trillingen per tijdseenheid).

Seismogram

Een seismograaf registreert de trillingen van de aardbodem. Deze bewegingen worden omgezet in een elektrisch stroompje. Dit stroompje kan een pen aansturen, een foto afdruk maken of metn computer een digitale registratie maken. Een dergelijke registratie, afgezet op een tijd-as, noemen we een seismogram.

Seismologie

Seismologie is de studie van aardbevingen. De naam is afgeleid van het Griekse woord ‘seismos’, wat schudding of trilling betekent.

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM)

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is een rijksinspectiedienst. Deze rijksinspectiedienst houdt in de gaten of gaswinning in Nederland veilig gebeurt. SodM houdt bijvoorbeeld toezicht op het boren naar gas en de gasproductie en de voorwaarden in de vergunning. Lees meer over SodM op www.sodm.nl.

Technische commissie bodembeweging (Tcbb)

De Technische commissie bodembeweging (Tcbb) is een onafhankelijke commissie. De commissie bekijkt het verband tussen het opsporen van gas, gaswinning en bodembeweging. Tcbb adviseert de minister van Economische Zaken over de gevolgen van mijnbouw en schade die hierdoor mogelijk kan ontstaan. Mensen met schade door gaswinning kunnen bij de Tcbb terecht, wanneer ze het niet eens zijn met de afhandeling van hun schadeclaim. Lees meer over Tcbb op www.tcbb.nl.

Veiliger maken

Huizen en gebouwen in het gebied boven het Groningen-gasveld worden op grote schaal bouwkundig versterkt. Zodat inwoners van Groningen veilig wonen, ook wanneer er mogelijk zwaardere aardbevingen plaatsvinden.Om huizen en gebouwen zo goed mogelijk veiliger te maken blijven we onderzoek uitvoeren. Bijvoorbeeld met het netwerk van gebouwsensoren, het testen van versterkende maatregelen in de testwoningen van NAM, of metselwerkonderzoek door o.a. de Technische Universiteit (TU) in Delft en het EU Center in Pavia, Italië.
Sinds 2015 zet Centrum Veilig Wonen (CVW) zich in voor het herstellen, versterken en verduurzamen van woningen en gebouwen boven het Groningen-gasveld.

Waterinjectie

Bij de productie van gas komt ook water naar boven. Dit water wordt van het gas gescheiden en productiewater genoemd. Het meeste productiewater brengen we terug naar het reservoir waar het vandaan kwam. Dit noemen we waterinjectie. Volgens de MER uit 2006 is waterinjectie in de oorspronkelijke gasvelden de veiligste en milieuvriendelijkste oplossing. Om te controleren of dat zo blijft, verplicht de vergunning NAM om elke zes jaar opnieuw uitvoerig onderzoek te doen.

Winningsplan

Elke onderneming die in Nederland aardolie of aardgas uit de grond wil halen, moet een winningsplan opstellen. Dit staat in de Mijnbouwwet. In het winningsplan moet beschreven staan hoe de delfstof veilig en verantwoord wordt gewonnen.