Ook de Onderzoeksraad Voor Veiligheid heeft in haar onderzoeksrapport in 2015 aangegeven dat het belangrijk is voor NAM om de onzekerheden rond gaswinning en de gevolgen ervan te onderkennen en te benoemen. Daarom blijft NAM, als verantwoordelijk operator, ook zelf actief onderzoek doen naar de Groningse ondergrond en de effecten van gaswinning.

Experts en wetenschappelijke instituten uit de hele wereld werken mee aan dit programma. De onderzoeken helpen om de gaswinning veiliger te maken. Het onderzoeksprogramma is in 2013 van start gegaan. Het kost ongeveer 100 miljoen euro. NAM onderkent daarnaast het belang van onafhankelijke kennisontwikkeling en is sterk voorstander van de vorming van een nieuw kennisnetwerk, onder toezicht van een onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad. 

Onderzoeksclusters 

Het onderzoek naar de relatie tussen gaswinning en veiligheid van bewoners in Groningen valt uiteen in zeven clusters. Tientallen instanties uit de gehele wereld voeren dit onderzoek uit. Daarbij behoren ook NAM zelf, het KNMI en TNO. Daarnaast is het seismische monitoringsnetwerk flink uitgebreid.

Wat is het aardbevingsonderzoek?
De relatie tussen gaswinning en veiligheid

1. Gaswinning

Door gaswinning verandert de hoeveelheid gas in het veld. De gasdruk in de ondergrond neemt hierdoor af. Ook stroomt het aardgas in de ondergrond. Dit onderzoekscluster is erop gericht om beter zicht te krijgen op deze processen. 

2. Inklinken gaslaag (bodemdaling)

Het Groningse aardgas zit opgesloten in een zandsteenlaag op 3 kilometer diepte. Als de gasdruk afneemt, wordt dit poreuze gesteente samengedrukt. Deze ‘compactie’ kan bodemdaling en aardbevingen veroorzaken.

3. Aardbevingen

Seismische modellen laten zien of – en zo ja, waar en hoe – compactie tot bodemdaling en aardbevingen leidt. Door deze modellen verder te verfijnen, krijgen we beter zicht op waar de meeste aardbevingen zijn te verwachten.

4. Grondbeweging oppervlak

Een aardbeving in de ondergrond voelt als een beweging van de bovengrond. Deze beweging – het trillen van de bovengrond – is bepalend voor de veiligheid. Daarom besteden we veel aandacht aan het zo goed mogelijk voorspellen van de duur, richting en frequentie van deze beweging.

5. Blootstelling huizen en mensen

Om de gevolgen van de grondbeweging op de bebouwde omgeving te kunnen inschatten, moeten deze gebouwen eerst in kaart worden gebracht. Ook moeten we leren hoe verschillende typen gebouwen reageren op de grondbeweging.

6. Sterkte van huizen

Om de sterkte van bouwmaterialen en gebouwen vast te stellen, laat NAM diverse testen uitvoeren. Soms simuleren computermodellen aardbevingen. Ook vindt onderzoek plaats waarbij huizen worden geschud op een triltafel. Zo vergaren we kennis over zwakke plekken in gebouwen. Met die kennis kunnen effectieve maatregelen voor versterking worden ontwikkeld.

7. Veiligheid

Op basis van de sterkte van gebouwen en een verwachting van de aardbevingen kunnen we de veiligheid van mensen inschatten. Hiervoor moet onder andere worden onderzocht waar mensen zich bevinden: overdag, ’s avonds en ’s nachts.

Meer over Groningen-gasveld

Meten en monitoren Groningen

Het onderzoeksprogramma naar oorzaken en gevolgen van aardbevingen heeft veel behoefte aan metingen uit het gasveld. NAM houdt het Groningen-gasveld daarom intensief in de gaten. 

Wellicht ook interessant

Aardbevingen

Een aardbeving is een trilling of schokkende beweging van de aardkorst. In ons land zijn er heel soms natuurlijke aardbevingen. Maar ook gaswinning kan bevingen veroorzaken.

Schade en overlast

NAM probeert overlast, bijvoorbeeld door geluid of verkeer, zoveel mogelijk te beperken. Ook de veiligheid van omwonenden vinden we heel belangrijk.