Korte geschiedenis gaswinning Groningen

In de beginjaren van gaswinning in Groningen is er zo veel mogelijk gas gewonnen. Dit veranderde na de oliecrises in de jaren 70 van de vorige eeuw. Om het Groningen-gasveld zo lang mogelijk te sparen, gaf de overheid vanaf 1974 voorrang aan de ‘kleine gasvelden’. Dit beleid is lange tijd flink gestimuleerd. De productie uit het Groningen-gasveld was daardoor tot eind jaren 90 van de vorige eeuw veel lager dan in de beginjaren. Sinds 2000 is de productie uit het Groningen-gasveld weer toegenomen. Dit komt doordat de kleine gasvelden leeg raken.

Productieplafond gasjaar 2015/2016

Het productieplafond voor het gasjaar 2015/2016 is in december 2015 door de minister gesteld op 27 miljard m³. Hiermee volgt de minister de uitspraak van de Raad van State. De Raad van State heeft op 18 november 2015 in een voorlopige voorziening een maximale productie genoemd van 27 miljard m3 voor het gasjaar 2015/2016. Het gasjaar loopt van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2016. Lees hier de uitspraak door de Raad van State.

Gasproductie per gasjaar

Waarom loopt een gasjaar anders dan een kalenderjaar?

De minister van Economische Zaken bepaalde in juni 2015 dat een productieplafond voortaan per ‘gasjaar’ wordt vastgesteld in plaats van per kalenderjaar. Deze afspraak geldt vanaf oktober 2015. Het voordeel van dit besluit is dat er tijdens de koudere wintermaanden, wanneer nodig, gebruik gemaakt kan worden van de flexibiliteit in gasproductie die het Groningen-gasveld kan leveren. Wanneer de temperaturen dalen, is er meer vraag naar aardgas. NAM kan in dat geval aanvullende productiecapaciteit van het Groningen-gasveld inzetten. Hierdoor is er meer zekerheid dat er aardgas geleverd kan worden aan Nederlandse en buitenlandse huishoudens in de wintermaanden.

Wanneer productiebeperkingen gelden voor een kalenderjaar kan dit consequenties hebben voor de leveringszekerheid van aardgas. NAM is dan tijdens koude wintermaanden gehouden aan een vastgesteld limiet dat mogelijk al in zicht is. Dat zou betekenen dat NAM minder goed in staat is om leveringszekerheid te garanderen, juist wanneer de vraag naar aardgas hoog is. Dat is geen wenselijke situatie voor Nederlandse en buitenlandse huishoudens. 93% van de Nederlandse huishoudens is aangesloten op het aardgas uit Groningen voor verwarming en koken.

Eerdere besluiten in 2015

De minister van Economische Zaken maakte maandag 9 februari 2015 bekend de gasproductie uit het Groningen-gasveld tot 1 juli 2015 te beperken tot 16,5 miljard m³. Eind juni 2015 besloot het kabinet de gasproductie verder te verlagen tot maximaal 30 miljard m³ aardgas tot eind 2015. Daarnaast is er eenmalig 3 miljard m3 beschikbaar uit de ondergrondse gasopslag Norg. Deze hoeveelheid is dus al uit het Groningen-gasveld gewonnen.

Het kabinet nam in het besluit van eind juni een buffer op van 2 miljard m³. Als er technische of andere problemen zijn, kan Gasunie Transport Services (GTS) besluiten om tot 2 miljard m³ extra gas te winnen uit het Groningen-gasveld.

Regionale productieplafonds

Regionale productieplafonds

Naast een productieplafond voor het gehele gasveld, heeft de minister ook regionale productieplafonds vastgesteld. Deze regionale plafonds zijn bij elkaar opgeteld 39,4 miljard m³, meer dan wat is toegestaan. Daarom kunnen de regionale plafonds niet worden bereikt. De minister heeft NAM opgedragen de gaswinning zo over de regio’s te verdelen, dat het aardbevingsrisico zo klein mogelijk is. De regionale plafonds zijn in de figuur weergegeven:

  • Eemskanaal: 2,0 miljard m³ per jaar. Dit is een speciale kwaliteit aardgas en moet gemengd worden met overig Groningen gas om gebruikt te kunnen worden
  • Zuid-west: 9,9 miljard m³ per jaar
  • Oost: 24,5 miljard m³ per jaar
  • Loppersum: 3,0 (zie toelichting hieronder)

In januari 2014 besloot de minister van Economische Zaken om de gaswinning uit vijf productielocaties rond Loppersum te beperken tot 3 miljard m³. Dit besloot hij op basis van advies van de inspectie SodM en omdat dit gebied het meest gevoelig is voor aardbevingen. Op 14 april 2015 oordeelde de Raad van State dat de productie uit de 5 clusters rond Loppersum per direct zo veel mogelijk moet worden stopgezet. Gaswinning uit deze clusters mag alleen om de leveringszekerheid te garanderen. Om dit mogelijk te maken, mogen er kleine hoeveelheden gas worden gewonnen. In de praktijk betekent dit dat uit deze vijf clusters maximaal 1,6 miljard m³ per jaar wordt geproduceerd. Op die manier kunnen de clusters operationeel gehouden worden.

Ontwerpbesluit 2014

In zijn voorgenomen ontwerpbesluit van 17 januari 2014 bracht minister Kamp de gasproductie al terug. Hij stelde een plafond in van 42,5 miljard m³ in 2014 en 2015 en 40 miljard m³ in 2016. De minister bepaalde toen ook dat de productie uit de 5 locaties rond Loppersum gezamenlijk niet meer mag bedragen dan 3 miljard m³ per jaar.

Eerder productieplafond

Tot het ontwerpbesluit in 2014 mocht NAM in de periode 2006-2015 in totaal 425 miljard m³ gas aan GasTerra leveren. Dat is gemiddeld 42,5 miljard m³ per jaar. In de eerste 4 jaar van deze periode is minder dan dit gemiddelde geproduceerd uit het Groningen-gasveld. Daarna is meer dan het gemiddelde geproduceerd. Sinds 2006 tot eind 2013 is ongeveer 340,83 miljard m³ aardgas geproduceerd.

Meer over Het winnen van aardgas

Hoe ontstaat aardgas?

Onder hoge druk veranderden plantenresten in veen en later in steenkool. De steenkoollaag werd steeds warmer; zo ontstond aardgas.

Hoe wordt aardgas gewonnen?

Aardgaswinning op land gebeurt altijd op dezelfde manier: opsporen, boren van aardgas en vervolgens het opruimen van de winningslocatie.

Wellicht ook interessant

Groningen-gasveld

Vrijwel alle huishoudens in Nederland gebruiken aardgas uit Groningen. Het Groningen-gasveld kan dit gas nog tientallen jaren leveren.