| Meer aardgas uit kleine velden |
 |
In Nederland en het Nederlands deel van de Noordzee bevinden zich zo’n 175 voornamelijk kleine gas- en olievelden. Sommige velden zijn net in productie genomen, andere velden zijn bijna ‘leeg’. Het is belangrijk om ook het laatste gas uit zo’n bijna ‘leeg’ veld te produceren. Dit aardgas bleef vroeger achter en kan nu met behulp van nieuwe technieken alsnog gewonnen worden. |
|
Folder over Aardgas+ (pdf, 19,3MB) - opent in nieuw venster » Voorlichtingsfilm Aardgas+ (wmv, 7 minuten) - opent in nieuw venster » Startnotitie MER (pdf, 526 Kb) - opent in nieuw venster » Overzichtkaart regio Koekange/Echten (pdf, 8,7MB) - opent in nieuw venster » |
|
Historie |
 |

De overheid heeft begin jaren zeventig jaren besloten dat met voorrang het gas uit kleinere velden gewonnen moet worden. Zo wordt het grote Groningen-veld – de grote buffer – gespaard. Dit wordt het kleine-veldenbeleid genoemd. Het De Wijk-gasveld is één van deze kleine velden en bevindt zich aan de noordkant van de Hoogeveensche Vaart. Het veld levert al meer dan vijftig jaar een aandeel in de aardgasproductie van Nederland. Dit aardgas is honderden miljoenen jaren geleden ontstaan en zit in de poriën van een dikke zandsteenlaag, op 500 tot 1.500 meter diepte. Tot op heden is uit het De Wijk-gasveld 14,5 miljard m3 gas gewonnen. |
|
Extra aardgas |
 |
Normaal gesproken komt gas door de natuurlijke druk in een gasveld vanzelf naar boven. Hoe meer gas uit het gasveld gehaald is, hoe lager de druk in het veld wordt en hoe moeilijker het gas naar boven komt tot er op een gegeven moment nagenoeg helemaal geen gas meer wordt geproduceerd. Dan spreken we van een ‘leeg’ veld. Vaak blijft er echter nog ongeveer 10% gas in het veld achter, dat niet meer te winnen is. De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) heeft nieuwe technieken ontwikkeld waarmee ook het resterende gas uit deze kleine gasvelden, waarvan het veld tussen Echten en Koekange (het De Wijk-gasveld) ook deel uitmaakt, te winnen. De NAM is van plan om met behulp van stikstof het resterende gas uit het De Wijk-gasveld te produceren. De levensduur van dit gasveld zal hierdoor met ongeveer vijftien jaar worden verlengd. Extra aardgas uit dit veld – naar schatting twee miljard kuub - betekent omgerekend energie voor alle Drentse huishoudens gedurende zes jaar.
|
|
Hoe werk het? |
 |
 Door een extra leiding wordt stikstof naar de injectieputten getransporteerd en via bestaande en nieuwe putten in het gasreservoir gepompt. Het verspreidt zich door het gesteente en duwt het aardgas als het ware uit de poriën van het zandsteen. Stikstof mengt zich niet met het aardgas in de poriën maar duwt de resterende voorraad naar een gaswinningsinstallatie. De stikstof kan zonder problemen veilig in dat veld blijven. Net zoals het aardgas er al honderden miljoenen jaren in gezeten heeft. Montagefoto aan de rechterkant: Stikstof, groene bolletjes, verspreidt zich door het gesteente en duwt het aardgas als het ware uit de poriën van het zandsteen. |
|
Aanwezigheid en gebruik van stikstof |
 |
Stikstof is een natuurlijk gas, zonder schadelijke gevolgen of risico’s voor mensen, bodem of milieu. In de lucht zit stikstof. Zo’n 80% van de lucht die we inademen bestaat uit stikstof. Het aardgas dat we thuis gebruiken bevat ongeveer 14% stikstof. Gasunie voegt deze stikstof toe om het gas gebruiksklaar te maken voor huishoudelijke toepassingen. Het gebruiksklaar maken gebeurt boven de grond. Als de NAM stikstof zal gaan gebruiken, hoeft er bovengronds door Gasunie minder aan toegevoegd te worden. Elders in de wereld wordt stikstof al jaren toegepast in de olie-industrie. Het gaat in de energiewereld om ‘proven technology’, een gangbare technologie. |
|
Luchtscheidingsinstallatie (LSI) |
 |
 We kunnen met stikstof als hulpmiddel méér gas uit kleine velden halen. Om de stikstof te kunnen produceren moet een luchtscheidingsinstallatie geplaatst worden. De installatie scheidt de lucht in stikstof en zuurstof. Nadat de stikstof uit de lucht is gescheiden wordt deze op de luchtscheidingsinstallatie gecomprimeerd naar de gewenste transport- en injectiedruk. Het voornemen is om de installatie naast de huidige NAM-locatie De Wijk-20, nabij de Hoogeveensche Vaart te plaatsen. De installatie die bij de LSI hoort, is zo’n twintig meter hoog en vier meter breed. De rest van de installatie is lager. In Nederland staan al tientallen van deze installaties. Gasunie heeft bijvoorbeeld installaties in het Friese Kootstertille en het Overijsselse Ommen. Foto aan de rechterkant: Montagefoto luchtscheidingsinstallatie |
|
Extra putten en leidingen |
 |
 Om dit project te realiseren moeten extra putten geboord worden. Veelal op bestaande NAM-locaties. Het zal gaan om in totaal zo’n vijftien boringen die met een kleine boorinstallatie uitgevoerd zullen worden. Deze boringen nemen per put ongeveer twee weken in beslag. Na de boring wordt een installatie geplaatst, waarmee de stikstof zal worden geïnjecteerd dan wel het gas zal worden geproduceerd. Zo’n unit heeft ongeveer de grootte van een zeecontainer. Naar verwachting wordt het aantal NAM-locaties uitgebreid van acht naar elf. Behalve dat er extra putten zullen worden geboord, zal een paar kilometer ondergrondse leidingen worden gelegd om de stikstof naar de putten te vervoeren. Foto aan de rechterkant: Tijdelijke installatie voor boorwerkzaamheden |
|
Effect op de bodem |
 |
 Bodemdaling vindt in ons land al vele eeuwen plaats. Het wordt enerzijds veroorzaakt door natuurlijk processen zoals het inklinken van klei- en veenlagen door het gewicht van de lagen erboven. Anderzijds kan het een gevolg zijn van menselijk handelen, bijvoorbeeld door het verlagen van de grondwaterstand, inpoldering of het winnen van delfstoffen zoals olie, gas en zout. Als de NAM in de regio Echten/Koekange vijftien jaar langer gas kan winnen zal dat meer bodemdaling tot gevolg hebben. Bodemdaling vindt geleidelijk plaats en heeft het kenmerk van een platte schaal. De bestaande winning leidt tot circa tien centimer bodemdaling in een platte schaal met een doorsnede van acht kilometer. De extra daling tot 2030 als gevolg van deze extra gaswinning is berekend op maximaal tien centimeter in het midden. De ervaring wijst uit dat dit geen schadelijke gevolgen voor natuur of gebouwen zal veroorzaken. Bodemdaling wordt regelmatig en nauwkeurig gemeten. Dit gebied is niet gevoelig voor aardtrillingen. Er worden daarom geen trillingen verwacht. Foto aan de rechterkant: Compacte unit voor gaswinning |
|
Inspraak en overleg |
 |
Tijdens de voorbereidingsfase treedt de NAM regelmatig in overleg met alle betrokken partijen zoals landeigenaren en omwonenden, maar ook met overheden en belangenorganisaties. Tijdens informatiebijeenkomsten worden de betrokkenen geïnformeerd over de plannen en kunnen zij hun mening kenbaar maken. Maar ook in de fase wanneer de Startnotitie en het MER – het Milieueffect Rapport – gepubliceerd worden en wanneer de NAM vergunningen gaat aanvragen, kunnen belanghebbenden gebruik maken van het recht op inspraak. |
|
Voorgenomen planning |
 |
Het project wordt in fases uitgevoerd. Gestart wordt met het plaatsen van de luchtscheidingsinstallatie, de aanleg van de nieuwe NAM-locaties en de aanleg van de pijpleidingen naar een aantal bestaande en nieuwe locaties. Op deze locaties worden bestaande putten aangesloten en eventueel nieuwe putten geboord. Volgens het huidige plan wordt een en ander vanaf begin 2012 uitgevoerd. Afhankelijk van het verloop van het vergunningentraject zal naar verwachting eind 2012 het extra aardgas gewonnen worden. |
|
Samenvatting |
 |
Dankzij stikstof kan zo’n 10% extra aardgas uit het De Wijk-gasveld worden gewonnen. Voor het De Wijk-gasveld betekent dat twee miljard kuub extra gas. Dat komt overeen met energie voor alle Drentse huishoudens, zes jaar lang. Gas dat vroeger noodgedwongen achterbleef als een gasveld economisch ‘leeg’ was. Door innovaties is het nu mogelijk om op een veilige en milieuvriendelijk manier ook het resterende gas uit een veld te winnen. Hierdoor worden de Nederlandse bodemschatten optimaal benut en raakt de grote voorraad in het Groningen-veld minder snel op. |
|
Nieuwe technieken De NAM doet er alles aan om met nieuwe technieken, door het gebruik van natuurlijke stoffen, het maximale uit een veld te halen en daardoor de productie uit bestaande velden te verlengen. Een ander goed voorbeeld daarvan is de hernieuwde oliewinning in Schoonebeek. Daar zijn de laatste jaknikkers jaren geleden opgeruimd omdat de laatste hoeveelheid olie te stroperig was om rendabel te kunnen winnen. Tegenwoordig kunnen we volgens nieuwe technieken stoom zodanig ondergronds injecteren dat de olie meer vloeibaar, en daardoor winbaar wordt. Zoals bij Schoonebeek met behulp van nieuwe technieken meer olie gewonnen kan worden, wordt in het De Wijk-gasveld met behulp van stikstof meer gas uit het bestaande veld gewonnen. |
|
|