Spring naar


Tweede niveau navigatie | Terug naar boven

Inhoud |  Terug naar boven

Aardgas

Ontstaan, opsporen & produceren

Hoe gaat het opsporen en winnen van aardgas in zijn werk? En waarom heeft de NAM ondergrondse gasopslagplaatsen aangelegd?

Ontstaan

De ontstaansgeschiedenis van aardgas begint 350 miljoen jaar geleden. De aarde was toen bedekt door grote oerwouden. Het plantaardige en dierlijke afval van die wouden hebben zich in miljoenen jaren gevormd tot samengeperste aardlagen: steenkool. Ongeveer 100 miljoen jaar geleden waren de druk en de temperatuur in het steenkool dusdanig opgelopen dat aardgas kon ontstaan. Dit gas terecht in de poriën van het zandsteen, een aardlaag op ongeveer drie kilometer diepte. Op een aantal plaatsen kon het gas niet hoger doordat er een dikke, ondoordringbare zoutlaag boven zat.

Terug naar het boven

Opsporen

Bij het opsporen van gas zoekt de NAM naar bodemstructuren zoals hierboven beschreven (zoutlagen met daaronder zandsteen). We hebben dus een goede kaart van de aardkorst nodig. Die kaart wordt gemaakt met behulp van seismisch bodemonderzoek. Daarbij worden zowel op land als op zee met behulp van kunstmatig opgewekte trillingen de aardlagen in beeld gebracht. Deze trillingen weerkaatsen op de scheidingsvlakken van de verschillende gesteentelagen en worden met computers verwerkt tot leesbare kaarten van de ondergrond. Zo krijgen we bijvoorbeeld een prachtig beeld van het landschap op drie kilometer diepte. Dit is net een zandsteenwoestijn met valleien, heuvels en rivierbeddingen. Het gebied is doorsneden met breuken die scherpe hoogteverschillen laten zien. Vooral die breuken zijn belangrijk. Die kunnen namelijk de grenzen vormen van gasvelden. Geologen analyseren de uitkomsten van het seismisch onderzoek en geven aan waar mogelijk gas te vinden is.

Terug naar het boven

Proefboring

Een proefboring moet duidelijk maken of de geologen gelijk hadden en of het gas economisch winbaar is. Met een beitel wordt een gat in de aarde geboord, tot gemiddeld 3000 meter diepte, waar de zandsteenlaag met het mogelijke gas erin zich bevindt.

Het boorgruis wat tijdens de boring vrijkomt wordt met een waterspoeling naar de oppervlakte gebracht.

Zodra het gewenste punt is bereikt, worden er metingen gedaan om vast te stellen of de laag op die plaats gevuld is met aardgas. Als dat zo is, worden er met een speciale beitel gesteentemonsters uit de laag geboord. Deze monsters worden in het laboratorium onderzocht op de kwaliteit van het aardgas in de poriën. Er wordt gekeken naar de grootte én naar de onderlinge verbinding van die poriën.

Terug naar het boven

Testen

Om er achter te komen of het gevonden gas economisch rendabel te winnen is, moeten er enkele tests uitgevoerd worden. Uit de gasstroom die door de boorput naar boven komt worden dan gegevens gehaald, zoals hoeveelheden, stroomsnelheid, temperaturen, druk en drukverloop. Omdat er in dit stadium nog geen leidingen van en naar de boorlocatie zijn gelegd, moet het gas dat tijdens de test is geproduceerd worden afgefakkeld. Vroeger gebeurde dat standaard door het gas in de open lucht te verbranden op grote fakkelpijpen. Tegenwoordig maakt de NAM steeds vaker gebruik van meer milieuvriendelijke methoden om dit gas te verbranden, zoals gesloten fakkelkamers. Meestal duurt het verbranden enkele dagen, waarna er ondergronds metingen worden gedaan. Hierna worden de testhandelingen herhaald om een zo betrouwbaar mogelijk beeld van de ondergrondse laag te krijgen. Meestal duurt het testen zo'n twee tot drie weken.

Terug naar het boven

Produceren

Het gas dat door een boorput naar boven komt, staat onder hoge druk en heeft een hoge temperatuur. Daarom wordt bovenop de put een kraanafsluiter geplaatst. Via deze kraanafsluiter wordt het gas naar een installatie geleid waar de natuurlijke druk en temperatuur worden verlaagd. Dat is nodig omdat er in het gas ook waterdamp en condensaat zitten. Door de druk- en temperatuurverlaging worden het condensaat en de waterdamp vloeibaar en kunnen ze worden afgescheiden van het gas. Het water wordt weer teruggebracht in de laag waar het vandaan kwam en het (waardevolle) condensaat wordt vervoerd naar raffinaderijen van Shell en ExxonMobil. Het gas zelf heeft nu de juiste kwaliteit en afleveringsdruk voor levering aan de Gasunie, die weer voor verder transport zorgt.

Terug naar het boven

Opslag

Om de continuïteit in de gaslevering bij bijvoorbeeld zeer lage temperaturen te kunnen garanderen, maakt de NAM sinds enkele jaren gebruik van de mogelijkheid gas tijdelijk ondergronds op te slaan. Dit gebeurt in voormalige, lege gasvelden bij Norg en Grijpskerk. Als de vraag bij zeer lage temperaturen in een korte periode sterk toeneemt (piekvraag), kan aardgas uit deze opslagen worden geleverd. In de perioden van laagverbruik (bijvoorbeeld zomers) worden de reservoirs weer gevuld.

Terug naar het boven

Toekomst

De NAM schat dat er nog decennialang aardgas in Nederland te produceren is, al is deze schatting sterk afhankelijk van het (toekomstige) gebruik en toekomstige vondsten van nieuwe produceerbare gasvelden. Zo gaat de NAM in de laatste plannen ervan uit dat uit het Groningen-gasveld nog tot 2070 aardgas kan worden geproduceerd. Andere landen, met name buiten Europa, beschikken ook over aanzienlijke gasvoorraden. Maar aan import van aardgas zijn de nodige nadelen verbonden (kosten, afhankelijkheid).
 
Grootschalige inzet van alternatieve energiebronnen, zoals water-, wind- en zonne-energie is de komende jaren nog niet aan de orde. Bovendien zal aardgas als schoonste fossiele brandstof een belangrijke rol in de toekomst blijven spelen. Wanneer we de emissiereductiedoelstellingen willen halen, moeten we kolen vervangen door aardgas. Dit is de snelste en goedkoopste manier. Een elektriciteitscentrale op aardgas verlaagt namelijk de CO2-emissies 50-70% ten opzichte van een kolengestookte elektriciteitscentrale. De NAM pleit er voor het energieverbruik te temperen en aardgas als fossiele brandstof nog efficiënter in te zetten.

Terug naar het boven