Inhoud | Terug naar boven
Voor de pers - dossiers
Bodemdaling
Bodemdaling vindt in ons land al vele eeuwen plaats. Het wordt enerzijds veroorzaakt door natuurlijke processen zoals het inklinken van klei- en veenlagen door het gewicht van de lagen erboven. Anderzijds kan het een gevolg zijn van menselijk handelen, bijvoorbeeld door het verlagen van de grondwaterstand, inpoldering of het winnen van delfstoffen zoals olie, gas of zout. De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) produceert olie en – voornamelijk – aardgas. Aangezien bodemdaling bij het winnen van aardolie in Nederland nauwelijks optreedt, geeft deze pagina u inzicht in bodemdaling die ontstaat door aardgaswinning.
Nederland bezit veel aardgasvelden. Het aardgas bevindt zich niet in ondergrondse holle ruimtes, maar in gesteentelagen die diep onder het aardoppervlak liggen. Die lagen bevinden zich op een diepte van 2500 tot 4000 meter. De gesteentelagen zien eruit als hard cement en bestaan uit aan elkaar gekitte korrels zand of kalk, waartussen zeer kleine ruimtes zitten. Die ruimtes in het poreuze gesteente zijn hooguit zo’n 0,1 mm en zijn voor het oog dus meestal niet zichtbaar. Als de ruimtes met elkaar in verbinding staan, kan het aardgas naar een geboorde put stromen en van daaruit worden geproduceerd.
Download Geologische doorsnede in hoge resolutie (PDF, 3271 KB)
Drukdaling
Het aardgas in een reservoir staat onder natuurlijke druk. Hierdoor wil het gas naar de oppervlakte. Door de ondoordringbare zoutlaag die boven het gas zit, kan dat alleen niet. Maar voor het winnen van aardgas is er een gat geboord door deze laag, waardoor het gas naar de oppervlakte kan stromen. Het gevolg van die aardgaswinning is normaal gesproken dat de druk in het reservoir geleidelijk afneemt. Soms echter wordt na de winning de plaats waar het aardgas oorspronkelijk zat, ingenomen door water uit de omliggende gesteentelagen. In dat geval neemt de druk in het reservoir minder af, maar daalt de druk ook in de lagen waar eerst het water zich bevond.
Een aardgasreservoir ligt diep begraven onder andere lagen gesteente. Als het aardgas wordt gewonnen en de druk afneemt, worden de korrels van het reservoirgesteente door het gewicht van die bovenliggende lagen enigszins samengedrukt.
Dit samendrukken wordt compactie genoemd. Hoe groot de compactie is, hangt onder andere af van de drukdaling, de samenstelling, poreusheid van het gesteente en de omvang van het reservoir. Dit kan per regio, maar ook per aardgasveld verschillen.
Niet één veld is hetzelfde. Toch kan de olie- en gasindustrie met haar jarenlange ervaring vrij nauwkeurig voorspellen wat de bodemdaling ter plekke van aardgaswinning zal zijn. Bovendien bestaan er diverse methoden om de reële bodemdaling te meten; van traditionele waterpassingen die met de hand worden uitgevoerd, tot moderne metingen via GPS of andere Satelliet systemen.
Compactie
Als er ondergronds compactie plaatsvindt, kan dat aan de oppervlakte gevolgen hebben in de vorm van bodemdaling. In welke mate bodemdaling optreedt, hangt af van een aantal factoren. Ten eerste geldt veelal hoe meer compactie, hoe groter de bodemdaling. Daarnaast is het afhankelijk van de diepte en de omvang van het reservoir in welke mate de daling optreedt: een groot veld op geringe diepte geeft meer bodemdaling dan een klein veld op grote diepte.
Zou je bodemdaling uittekenen op papier dan ziet het eruit als een horizontale lijn, met daarin een lichte platte schotel. De bodemdaling is het grootst in het hart van die schotel en neemt geleidelijk af naar nul aan de randen. De hellingshoek van de schotel kun je gemiddeld vergelijken met de dikte van een euromunt over de lengte van een voetbalveld.
Metingen
Voordat er gas wordt geproduceerd, moet er een winningsplan worden ingediend bij de overheid waarin ook een prognose wordt gemaakt hoeveel de bodem naar verwachting zal dalen. Dit moet met metingen worden gecontroleerd. Sinds het begin van de winning uit het Groningen-gasveld in de jaren zestig, worden er regelmatig bodemdalingsmetingen uitgevoerd.
Met behulp van zogenoemde waterpassingen wordt de bodemdaling nauwkeurig in kaart gebracht. Inmiddels gebeurt dit bij alle olie- en gasvelden op land en langs de kust. Volgens de prognose uit dit laatste rapport zal in het hart van de kom van het Groningen-veld, de bodemdaling omstreeks 2050 zo’n 42 centimeter zijn. Dit lijkt veel, maar de daling vindt geleidelijk plaats en spreidt zich uit over een breedte van vele tientallen kilometers. Voor de omgeving zal het daarom niet of nauwelijks waarneembaar zijn.
Gevolgen
Uit de metingen die worden verricht, blijkt dat bodemdaling door aardgaswinning heel geleidelijk plaatsvindt over een lange periode en gelijkmatig over een groot oppervlak.
Hierdoor zal schade aan huizen en gebouwen over het algemeen niet optreden.
Meer informatie
Meer informatie vindt u in de flyer Bodemdaling door aardgaswinning, zie de Bibliotheek.
Bodemdaling in Waddengebied
Voor specifieke informatie over bodemdaling en de monitoring in het Waddengebied zie de pagina Bodemdaling.
