Spring naar


Tweede niveau navigatie | Terug naar boven

Inhoud |  Terug naar boven

Algemeen milieubeleid

De zorg voor het milieu vormt bij de NAM sinds jaren een vast belangrijk onderdeel van alle bedrijfsactiviteiten. Het doel dat daarbij wordt gesteld is het voorkomen van alle incidenten, van schade aan de gezondheid en aan het welzijn van personen en van negatieve effecten op het milieu.

Vergunningen

Voor elke stap die gezet wordt om aardgas op te sporen, heeft de NAM een vergunning nodig. Dat geldt voor het seismisch bodemonderzoek, voor de proefboring en voor het produceren. De benodigde vergunningen worden verleend door het Rijk, de provincie, de gemeente, een waterschap of andere overheidsdiensten. Deze instanties baseren zich daarbij op de Mijnbouwwet. Deze wet regelt alles wat met de opsporing en winning van delfstoffen te maken heeft, ook hoe per activiteit met het milieu moet worden omgegaan. Daarnaast hanteert de NAM zelf een pakket van maatregelen om het milieu zo min mogelijk te belasten.

Bij seismiek op zee worden geen explosieven gebruikt, maar samengeperste lucht. Door deze lucht onder water vrij te geven, ontstaan dezelfde geluidsgolven als aan land. Onafhankelijk onderzoek heeft uitgewezen dat vissen daarvan geen nadelige gevolgen ondervinden.

Seismisch onderzoek

Op een boorlocatie staat gedurende acht tot tien weken een toren, die dag en nacht aan het werk is. Zo'n locatie wordt dusdanig gekozen dat de omgeving niet onevenredig wordt belast. Wanneer het nodig is, wordt er een geluidswerend scherm omheen geplaatst. En blijkt een proefboring niet succesvol te zijn? Dan wordt het terrein zo snel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht.

Bij het boren worden allerlei stoffen aan- en afgevoerd, zoals water, zetmeel, bentoniet en bariet. Deze stoffen zijn nodig voor de boorspoeling en circuleren in een gesloten systeem. Bovendien wordt het terrein voorzien van ondoordringbaar asfalt met opvanggoten, zodat eventuele gemorste verontreinigingen worden opgevangen en afgevoerd. Als er om technische redenen olie in de boorspoeling moet worden gebruikt, gelden speciale maatregelen. Overigens wordt boorspoeling zo veel mogelijk hergebruikt. Het gruis dat vrijkomt bij een boring wordt, als het nodig is, eerst gezuiverd en gaat vervolgens naar een stortplaats.

Voor de transporten bij een boring worden meestal speciale rijroutes uitgestippeld. Zo nodig worden er wisselplaatsen aangelegd en aangepaste verkeersmaatregelen getroffen.

Proefboren

Op een boorlocatie staat gedurende acht tot tien weken een toren, die dag en nacht aan het werk is. Zo'n locatie wordt dusdanig gekozen dat de omgeving niet onevenredig wordt belast. Wanneer het nodig is, wordt er een geluidswerend scherm omheen geplaatst. En blijkt een proefboring niet succesvol te zijn? Dan wordt het terrein zo snel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht.

Bij het boren worden allerlei stoffen aan- en afgevoerd, zoals water, zetmeel, bentoniet en bariet. Deze stoffen zijn nodig voor de boorspoeling en circuleren in een gesloten systeem. Bovendien wordt het terrein voorzien van ondoordringbaar asfalt met opvanggoten, zodat eventuele gemorste verontreinigingen worden opgevangen en afgevoerd. Als er om technische redenen olie in de boorspoeling moet worden gebruikt, gelden speciale maatregelen. Overigens wordt boorspoeling zo veel mogelijk hergebruikt. Het gruis dat vrijkomt bij een boring wordt, als het nodig is, eerst gezuiverd en gaat vervolgens naar een stortplaats.

Voor de transporten bij een boring worden meestal speciale rijroutes uitgestippeld. Zo nodig worden er wisselplaatsen aangelegd en aangepaste verkeersmaatregelen getroffen.

Produceren

De meeste gaslocaties in Nederland zijn klein. Dit betekent dat er met lage installaties gewerkt kan worden, die hun werk praktisch zonder geluid uitvoeren. Daarnaast kunnen ze over het algemeen goed in het landschap worden ingepast; ze zijn kortom niet opvallend aanwezig. Alleen de grote gaslocaties op het Groningen-veld vormen een uitzondering op deze regel.

In alle gasinstallaties, groot en klein, worden bepaalde stoffen uit het aardgas gehaald. Deze noemen we natuurlijke condensaten, omdat het gasvormige stoffen zijn die in de installatie condenseren en dan een vloeistof vormen. Deze vloeistoffen worden afgescheiden uit de gasstroom, evenals het meegeproduceerde zoute water dat als waterdamp in het gas zit.

Voor het milieu is het van belang dat deze stoffen niet in de lucht of bodem kunnen dringen. De installaties staan daarom op ondoordringbaar asfalt, terwijl de opslagtanks in een betonnen kuip staan. Bovendien houden zowel mens als computer het hele proces continu in de gaten.