De eerste meetresultaten van de ‘diepe geofoons’ bij Stedum en Zeerijp zijn bekend. Met deze gegevens kan beter worden bepaald waar precies in de ondergrond de aardbevingen in dit gebied plaatsvinden. Daarmee kunnen de modellen van de ondergrond en aardbevingen verbeterd worden. Deze modellen geven ons meer inzicht in de te verwachten seismische activiteit en mogelijk ook hoe we om kunnen gaan met aardbevingen door gaswinning.

Micro-seismiciteit
NAM heeft in het najaar van 2013 op haar locaties in Stedum en Zeerijp tijdelijke diepe geofoons geplaatst op drie kilometer diepte in de zandsteenlaag die het aardgas bevat. De diepe geofoons in de observatieput bij Stedum zijn gestart met registreren op 10 oktober 2013 maar zijn daar op 23 december mee gestopt als gevolg van kortsluiting in de datatransmissiekabel. De kabel is inmiddels gerepareerd en de registratie is sinds 19 maart 2014 weer gestart. De geofoons in de observatieput bij Zeerijp zijn gestart met registreren op 21 november 2013 en functioneren – afgezien van korte onderhoudsperioden – goed. In de loop van 2014 worden de huidige diepe geofoons vervangen door geofoons in een meer robuuste opstelling. Hiervoor worden op de locatie in Zeerijp twee nieuwe putten geboord. Lees hier meer informatie over de installatie van deze geofoons.

De diepe geofoons registreren in hun directe omgeving aardbevingen tot een heel lage magnitude. Zo kan zelfs een kracht van -2 op de schaal van Richter worden gemeten. Dat is vergelijkbaar met een harde hamerslag en wordt ook wel micro-seismiciteit genoemd. (Micro-)seismiciteit komt voor in de ondergrond en kan mogelijk worden veroorzaakt door menselijk activiteit, zoals gaswinning, water onttrekking aan ondergrondse aquifers, geothermie of de aanleg van een stuwmeer.

Analyse van de metingen
KNMI en NAM laten de metingen van de diepe geofoons door verschillende organisaties analyseren, waaronder: Magnitude, NORSAR en het Shell-laboratorium in Rijswijk. Het doel hiervan is de exacte locatie van de (micro-)seismische bevingen te bepalen. Vooral de diepte is hierbij van belang. Uit de eerste analyses is nog niet een duidelijk beeld ontstaan.

De diepe geofoons hebben van oktober 2013 tot en met maart 2014 176 seismische gebeurtenissen opgenomen. De exacte dieptes waar deze gebeurtenissen plaatsvonden is moeilijk om te bepalen en hebben op het moment een grote onzekerheid. Het merendeel van de aardbevingen wordt in de huidige analyse door het onderzoeksinstituut Magnitude geplaatst in of onder het reservoirgesteente waar het gas in zit, dat zich op circa 3 kilometer diepte bevindt. Tot op heden worden twee seismische gebeurtenissen van lage sterkte in de analyse van Magnitude boven het reservoir geplaatst, op ongeveer 2500 meter diepte. Gelet op de grote onzekerheid zijn deze gebeurtenissen hoogst waarschijnlijk niet ondieper dan 2000 meter opgetreden.

Verdere metingen en onderzoek moeten meer duidelijkheid over de exacte diepte scheppen. Zodra verdere en meer gedetailleerde informatie bekend is, maken we deze beschikbaar.

In de onderstaande tabel (tabel 1) staan de (micro-)seismische gebeurtenissen die door de diepe geofoons bij Stedum en Zeerijp zijn geregistreerd gedurende de periode van 10 oktober 2013 tot en met 31 maart 2014.

Tabel 1: Het aantal (micro-)seismische gebeurtenissen geregistreerd door ‘diepe geofoons’ bij Stedum en Zeerijp

Maand
Magnitude (M)
Aantal
Oktober 2013
Zeerijp 19 meetdagen
Stedum 0 meetdagen
van -3 tot -2
1
van -2 tot -1
1
van -1 tot 0
6
van 0 tot 1
2
November 2013
Zeerijp 30 meetdagen
Stedum 10 meetdagen
van -3 tot -2
8
van -2 tot -1
6
van -1 tot 0
9
van 0 tot 1
5
December 2013
Zeerijp 31 meetdagen
Stedum 23 meetdagen
van -3 tot -2
7
van -2 tot -1
15
van -1 tot 0
13
van 0 tot 1
6
Januari 2014
Zeerijp 31 meetdagen
Stedum 0 meetdagen
van -3 tot -2 10
van -2 tot -1
10
van -1 tot 0
7
van 0 tot 1
4
Februari 2014
Zeerijp 19 meetdagen
Stedum 0 meetdagen
van -3 tot -2
8
van -2 tot -1
8
van -1 tot 0
6
van 0 tot 1
4
Maart 2014
Zeerijp 31 meetdagen
Stedum 0 meetdagen
van -3 tot -2
3
van -2 tot -1
7
van -1 tot 0
10
van 0 tot 1
10

NB: Na nadere analyse kan een verandering optreden in het aantal waargenomen seismische gebeurtenissen. Er kan dus verandering optreden ten opzichte van eerdere rapportages.

Meet- en monitornetwerk
De diepe geofoons zijn onderdeel van de uitbreiding van het meetnetwerk onder, in en boven het Groningen-gasveld. Hiermee willen we nog beter begrijpen hoe gaswinning, aardbevingen en het effect op gebouwen met elkaar samenhangen. De diepe geofoons zijn speciaal geïnstalleerd voor het opvangen van micro-seismiciteit in de directe omgeving van de put. Zo kunnen bevingen met een magnitude van -2 op de schaal van Richter binnen een straal van ongeveer 2 km waargenomen worden. Zwaardere aardbevingen met een magnitude groter dan +1 worden ook geregistreerd, maar de gebruikte apparatuur is daar niet specifiek op ingericht. Daarom zijn ze niet opgenomen in de bovenstaande tabel. Voor het meten van deze aardbevingen is het KNMI-meetnetwerk meer geschikt. Dit netwerk wordt de komende tijd uitgebreid met 60 stations. In totaal worden er meer dan 300 extra meetinstrumenten geplaatst in de ondergrond en in gebouwen. Lees hier meer over het uitbreiden van meet- en monitoringsnetwerken.

NAM heeft in het najaar van 2013 op haar locaties in Stedum en Zeerijp tijdelijke diepe geofoons geplaatst op drie kilometer diepte in de zandsteenlaag die het aardgas bevat. De diepe geofoons in de observatieput bij Stedum zijn gestart met registreren op 12 oktober 2013, maar zijn daar rond 24 december mee gestopt als gevolg van kortsluiting in de datatransmissiekabel. De geofoons in de observatieput bij Zeerijp zijn gestart met registreren op 21 november 2013 en hebben – afgezien van korte onderhoudsperioden – goed gefunctioneerd. In de loop van 2014 worden de huidige diepe geofoons vervangen door geofoons in een meer robuuste opstelling. Hiervoor worden op de locatie in Zeerijp twee nieuwe putten geboord. Lees hier meer informatie over de installatie van deze geofoons.