NAM-directeur Gerald Schotman: “Als organisatie zijn we nog nooit zo veel in gesprek geweest met onze omgeving als nu. Dat contact met bewoners en bestuurders vind ik waardevol. Het zet ons met beide benen op de grond. Voor mij en mijn NAM-collega’s is het duidelijk dat de aardbevingen diep ingrijpen in de levens van de Groningers. Om de rust in Groningen te bewaren zetten we de komende periode in op handhaving van het huidig productieniveau van 27 miljard kubieke meter.”

Handhaving productieniveau

Voor het eerstvolgende gasjaar stelt NAM in het Winningsplan voor de huidige jaarproductie van 27 miljard m3 en de huidige verdeling over de productielocaties te handhaven. In de toekomst kan de productie jaarlijks op een beheerste en gelijkmatige wijze worden aangepast. Het Meet- & Regelprotocol beschrijft hoe het productieniveau en de productieverdeling kunnen worden bijgesteld. Dit gebeurt op basis van actuele, door derden gerapporteerde en geverifieerde, gegevens.

De bovengrens voor de jaarlijkse gasproductie is 33 miljard m3 per gasjaar. Volgens de meest recente inzichten vallen ook op dit productieniveau de veiligheidsrisico’s binnen de door de overheid vastgestelde norm en is daarbij een gelijkmatige productie mogelijk. Een ondergrens wordt bepaald door andere factoren. De minister hanteert hierbij een breed afwegingskader, waaronder leveringszekerheid zoals ook de Raad van State deze afweging meenam in haar voorlopige voorziening in november 2015. NAM wil het productieniveau in het Groningen-gasveld de komende periode stabiliseren op het huidige niveau van 27 miljard m3. Dit biedt ook de mogelijkheid ervaring op te doen met het Meet- & Regelprotocol en op basis daarvan het protocol verder te verbeteren.

Nieuwe inschatting dreiging en risico

NAM heeft in het Winningsplan de uitkomsten verwerkt van het meest recente onderzoek naar de dreiging van aardbevingen en de risico’s voor bewoners verwerkt. Aanbevelingen van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en de Wetenschappelijke Adviescommissie hebben tot een aanpassing geleid. Na een reguliere kwaliteitscontrole werd bovendien een correctie doorgevoerd in de toepassing van het model. Hierdoor is de inschatting van de aardbevingsdreiging en risico’s lager dan in november 2015 berekend.

De resultaten leiden in vergelijking tot eerdere berekeningen tot een lagere inschatting van het aantal gebouwen dat mogelijk niet aan de veiligheidsnorm van de overheid voldoet. Dit is een berekende statistische uitkomst op basis van een model met aannames die we voortdurend moeten blijven toetsen. De mate waarin zich dit in de praktijk vertaalt naar het aantal te versterken gebouwen is afhankelijk van de validatie van de studieresultaten (door onder andere SodM en SACG), de uitkomsten van bouwkundige inspecties door de Nationaal Coördinator Groningen en de wijze waarop de verbeterde inzichten worden opgenomen in de relevante bouwnormen. De laatste Hazard & Risk studieresultaten laten zien dat het statistisch gaat om circa honderd gebouwen. De nieuwe uitkomsten zullen waarschijnlijk niet meteen resulteren in een aanpassing van het lopende inspectie- en versterkingsprogramma. De Nationaal Coördinator Groningen zal het effect op zijn Meerjarenprogramma en de uitvoering daarvan bepalen.

Onafhankelijk onderzoek

Het onderzoeksprogramma, waarbij tientallen nationale en internationale wetenschappers betrokken zijn, loopt ondertussen door met het doel onzekerheden verder te verkleinen. NAM onderkent het belang van onafhankelijke kennisontwikkeling en is sterk voorstander van de vorming van een nieuw kennisnetwerk, onder toezicht van een onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad. Zogeheten ‘ruwe onderzoeksgegevens’ zijn nu al beschikbaar voor alle geïnteresseerde partijen. De Onderzoeksraad Voor Veiligheid heeft in haar onderzoeksrapport in 2015 aangegeven dat het belangrijk is voor NAM om de onzekerheden rond gaswinning en de gevolgen ervan te onderkennen en te benoemen. Daarom blijft NAM, als verantwoordelijke operator, ook zelf actief onderzoek doen naar de Groningse ondergrond en de effecten van gaswinning.

Samenwerking

Na jaren van maatschappelijke onrust over gaswinnning, is het in het belang van alle betrokkenen om de rust in Groningen terug te brengen. Het geactualiseerde Winningsplan presenteert daarom een productievoorstel dat richting geeft aan een stabiel en veilig niveau voor gaswinning in Groningen.

In samenwerking met bewoners, NCG, CVW, wetenschappelijke instituten en anderen zal NAM zijn rol als verantwoordelijke operator van het Groningen-gasveld steeds blijven bewijzen en verdienen. NAM staat daarbij meer dan ooit open voor dialoog met de buitenwereld en wil samenwerking met de betrokken partijen continu verbeteren.

 

N.b. NAM heeft op 1 april 2016 op verzoek van de overheid een geactualiseerd Winningsplan ingediend bij de minister van Economische Zaken. NAM doet in het Winningsplan, als operator van het Groningen-gasveld, een voorstel voor toekomstige gaswinning uit het veld. Het plan beschrijft hoeveel gas NAM kan gaan winnen en hoe het bedrijf dat wil doen – binnen door de overheid gestelde normen.

Naast het Winningsplan heeft NAM ook een Meet- & Regelprotocol en een nieuw studieplan ingediend. Deze documenten vullen elkaar aan, met speciale aandacht voor de oorzaken en gevolgen van aardbevingen en de mitigerende maatregelen.

Het indienen van dit drieluik is de eerste stap in een uitvoerig besluitvormingsproces op weg naar een definitief gaswinningsbesluit voor 1 oktober 2016. Gezien de complexiteit en maatschappelijke zorg rond het aardbevingendossier, heeft de minister besloten tot een uitgebreid consultatieproces voor het gaswinningsbesluit. 

Een overzicht van alle ingediende documenten vindt u in de mediatheek op deze website.

Download hier de Winningsplan 2016 infographic