"Nederland heeft ruime ervaring met energietransities. Ooit schakelden we over van hout op turf en windmolens en later — mede als gevolg van de Industriële Revolutie — op steenkool. De meest tot de verbeelding sprekende transitie volgde na de ontdekking van het Groningen gasveld onder het land van boer Boon in Slochteren. Vanaf de jaren zestig worden daarna Nederlandse huishoudens in een duizelingwekkend tempo aangesloten op aardgas. Een decennium later draagt aardgas zorg voor de helft van de nationale energievoorziening.

Nu zijn we aan het begin van wederom een grote energieomslag. Dit keer van fossiele naar duurzame energie. De doelstellingen daarvoor zijn vastgelegd in het Energieakkoord. De komende zes jaar gaan we van 7% naar 16% duurzame energiebronnen, op weg naar een CO2-arme energievoorziening in 2050, zoals verwoord in de Energieagenda.

De energietransitie geeft Nederland belangrijke kansen op het gebied van werkgelegenheid en economische groei. Ook geopolitiek is het van belang. De wereld verandert en een veerkrachtige economie met voldoende onafhankelijkheid qua energievoorziening maakt ons weerbaarder.

In ons hoofd zijn we echter verder met verduurzaming dan daadwerkelijk het geval is. Te vaak spreek ik mensen, dikwijls heel verstandig en goed geïnformeerd, die ons huidige percentage duurzame energie overschatten. Daardoor ontbreekt nog te vaak de benodigde urgentie om echte verandering te bewerkstelligen. We kunnen niet op deze voet door blijven gaan.

Echte verandering op dit dossier vergt realisme en daadkracht. Dat realisme bestaat er onder andere uit dat we onder ogen zien dat in 2023 het overgrote deel van ons energieverbruik — 84% — nog altijd afkomstig zal zijn van fossiele bronnen. Dat percentage, zeg ik als directeur van de NAM, is te hoog. We kunnen én moeten ambitieuzer zijn. Laten we hier vooral niet ‘op zijn Hollands’ voor een zesje gaan, maar de kansen die de nieuwste energietransitie biedt met beide handen aangrijpen.

Daarvoor is meer nodig dan alleen zonnepanelen op de daken en windturbines op zee. Ik kijk graag naar het grotere plaatje, naar zaken als de industrie, de zorg en onze infrastructuur. Wie naar dat bredere plaatje kijkt, begrijpt dat leveringszekerheid van energie een absolute vereiste is om onze economie draaiende te houden en onze welvaart te borgen.

In de transitie wordt de rol van fossiele energie steeds kleiner, maar zal aardgas als minst vervuilende bron nog een behoorlijke tijd een rol spelen. Vergeet niet dat bepaalde sectoren langer nodig zullen hebben voor de transitie dan anderen, zoals de industrie waar voor productieprocessen temperaturen hoger dan 150 graden Celsius benodigd zijn, de luchtvaart of überhaupt lange afstand of zwaar transport. Dat is niet wat iedereen horen wil, maar het is wel de realiteit.

Laten we dus omdenken. Laat de overheid de opbrengsten van aardgas inzetten voor versnelling van de energietransitie. En laten we niet vergeten dat de gassector unieke, hoogwaardige kennis en faciliteiten op het vlak van opslag, transport en conversie van energie heeft. Dat blijken precies de hinderpalen waar ontwikkelaars van duurzame energiebronnen nu nog te vaak tegenaan lopen. De gassector kan dan ook heel goed als springplank dienen voor nieuwe innovaties. Betrek start ups, kennisinstellingen en universiteiten bij deze kwestie. En creëer een ‘hub’ in Groningen, onze energieprovincie, waar al zo veel kennis aanwezig is en waar zo’n stap, gegeven de impact van de aardbevingen, meer dan gepast is.

Op 15 maart hebben we een nieuwe Tweede Kamer gekozen. Na de formatie staat er een nieuw kabinet op de trappen van Huis ten Bosch. Dat nieuwe kabinet moet de leiding nemen en het streven naar een efficiënte energietransitie tot hoeksteen van het nieuwe regeerakkoord maken. Met lef, ambitie en ondernemerschap. Dus geen genoegen nemen met dat zesje, maar de handen ineenslaan en gaan voor het hoogst haalbare."

Gerald Schotman

Lees de open brief in het Financieele Dagblad