Jump menu

Main content |  back to top

De NAM opereert niet op eigen houtje. De rijksinspectiedienst Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt streng toezicht op alle activiteiten rond het opsporen en winnen van olie en gas. NAM houdt zich aan deze afspraken, maar zet graag nog een stapje extra.

Zo trachten we steeds kleinere boortorens in te zetten voor onze activiteiten. Die bouwen we namelijk sneller op, maken minder lawaai en vallen minder op. We kiezen ervoor om in natuurgebieden zoals de Waddenzee te werken vanaf locaties op het land om van daaruit schuin naar het gasveld onder de Waddenzee te boren. En op zee maken we zo mogelijk gebruik van de monotower, een klein, onbemand platform dat stroom krijgt via zonnepanelen en windturbines.

Netjes achterlaten

Als wij een gas- of oliewinningslocatie verlaten, dan ruimen we het terrein uiteraard op. Eerst sluiten we de put op een veilige manier af, zodat er geen olie of gas kan ontsnappen via de put. Daarna verwijderen we alle installaties en gebouwen. We gebruiken zo veel mogelijk materiaal opnieuw. Eventueel laten we de grond schoonmaken. Tot slot overleggen we met de grondeigenaar wat hij wil. Moet het terrein net zo ingericht worden als het vroeger was? Of krijgt het een andere bestemming? Samen werken we aan een oplossing die voor alle betrokkenen de beste is.

Uit het zicht

De NAM beseft dat de installaties die nodig zijn om aardgas en aardolie te winnen, het landschap verstoren. Daarom richten we het terrein rond de verschillende locaties zo in dat de installaties zo goed mogelijk bij de omgeving passen. Bijvoorbeeld door groenstroken te plaatsen rond de installaties. Hierdoor is de locatie minder goed zichtbaar. Als er leidingen boven de grond lopen, zoals bij de aardoliewinning in Schoonebeek, proberen we samen met omwonenden de beste oplossing te kiezen. Ook betrekken we vaak landschapsarchitecten bij de plannen.