Jump menu

Main content |  back to top

Nieuwsbericht

NAM heeft kennis genomen van de recente berichten over een sinkhole in Nordhausen Duitsland.

De samenstelling van de ondergrond op die locatie in Duitsland kent geen enkele overeenkomst met die van Twente. Het gebied aan de zuidrand van de Harz staat bekend als de “Gipskarst”. Dit houdt in dat er in de directe ondergrond zich grotere hoeveelheden gips bevinden, die plaatselijk op kunnen lossen (karstificatie) en grotten vormen. Dergelijk grotten kunnen instorten. Dat is een bekend fenomeen in dit gebied en is op deze plek al eerder gebeurd.

De geologie van dit gebied verschilt sterk van de situatie in de oude gasvelden in Twente. Het vergelijkbare Twentse Zechstein kalk/anhydriet/zout pakket ligt bij de injectieputten op meer dan 1000m diepte, maar in Duitsland aan de oppervlakte (het anhydriet/gips wordt in groeves gewonnen). Het anhydriet is in de diepe ondergrond vanwege de hoge druk stabiel, maar kan zich aan de oppervlakte omvormen (waarbij het tot 60% kan uitzetten) tot gips dat wel oplosbaar is (met karstificatie tot gevolg).

In de Twentse situatie is het anhydriet een onoplosbare laag dat we tussen carbonaat en zout hebben zitten. Oplossen van zout of kalk is daarbij dus niet aan de orde. In Twente is een dergelijke situatie van een sinkhole alleen denkbaar in het geval van zoutwinning in cavernes die dicht aan het oppervlak liggen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij Hengelo in 1991 waar een sinkhole is ontstaan boven een oude zoutcaverne.