Jump menu

Main content |  back to top

Gaswinning onder de Waddenzee kan leiden tot bodemdaling. En dat kan weer gevolgen hebben voor de planten en dieren die er leven. De daling wordt echter helemaal opgevangen door het zand en slib dat door eb en vloed wordt aangevoerd en achtergelaten. Maar alleen als de bodem niet te snel daalt. We willen dit dan ook voorkomen.

De bodemdaling die door gaswinning wordt veroorzaakt, is gelijkmatig en schotelvormig. Dit laatste betekent dat het diepste punt in het midden van ‘de schotel’ ligt. Als de bodem blijvend zou dalen, kan dat effect hebben op de wadplaten en kwelders, en daarmee op de planten en dieren die op de platen leven of daar voedsel zoeken. Zoals zeehonden en vogels. Opslibbing door eb en vloed (sedimentatie) compenseert echter de bodemdaling door gaswinning. Maar daar zit natuurlijk wel een maximum aan.

Natuurlijke bodemdaling

Om gaswinning voor de natuur veilig te laten verlopen, moest dus eerst worden onderzocht hoeveel opslibbing er door eb en vloed plaatsvindt. En hoeveel opslibbing nodig is om natuurlijke bodemdaling (niet veroorzaakt door gaswinning), én het stijgen van de zeespiegel op te vangen. Dit bepaalt hoeveel ruimte er nog over is om bodemdaling door gaswinning te compenseren. Wetenschappelijke instituten hebben veel onderzoek gedaan naar natuurlijke bodemdaling. Verschillende wetenschappers hanteren hiervoor verschillende waarden. NAM gaat daarom uit van de meest strikte waarden en van de meest ongunstige scenario’s. Dat het is veiligst voor de natuur.

Hand aan de kraan

We gaan er nu vanuit dat het Waddensysteem zelf maximaal 5 à 6 millimeter zand en slib per jaar kan aanvoeren om de bodemdaling en de zeespiegelstijging te compenseren. Er zijn afspraken gemaakt dat de bodemdaling door gaswinning en de zeespiegelstijging onder deze grenzen moet blijven zodat de natuur geen last heeft van de gaswinning. Blijkt de bodem in een jaar meer te dalen dan afgesproken, dan zijn we verplicht de gasproductie het jaar erop terug te schroeven; het zogenaamde hand aan de kraan-principe.