Jump menu

Main content |  back to top

Met het gas dat in de bodem van de Waddenzee zit, kunnen alle huishoudens van Nederland 10 jaar vooruit. Kostbare hoeveelheden gas dus, maar omdat de Waddenzee zo’n bijzonder natuurgebied is (sinds 2009 staat het op de Werelderfgoedlijst van Unesco), ging aan de gaswinning een lange discussie vooraf. NAM voerde overleg met onder meer overheden, wetenschappelijke instituten en natuur- en milieuorganisaties. Na uitgebreid onderzoek en advies besloot het kabinet in 2004 dat gaswinning onder de Waddenzee verantwoord is, mits het onder strikte voorwaarden gebeurt.

Hand aan de kraan

Een belangrijke voorwaarde is dat we de hand aan de kraan houden. Dit betekent dat we bij de start van de gaswinning de kraan uit voorzorg al iets dichtdraaien, zodat de bodemdaling als gevolg van de gaswinning, niet te snel gaat. Zo weten we zeker dat de Waddenzee zelf de bodemdaling op natuurlijke wijze kan opvangen, door aan- en afvoer van slib en zand (door eb en vloed). Een andere voorwaarde die het kabinet stelt is dat er geen productieplatforms in de Waddenzee zelf mogen staan. We boren de gasvelden dan ook schuin aan vanaf winningsstations op het vasteland.

Effecten bijhouden

Bij de start van de gaswinning is afgesproken dat NAM ieder jaar de effecten op het waddengebied bijhoudt en rapporteert. Het hele jaar door volgen externe bureaus de bodemdaling, de waterhuishouding, de mate van opslibbing en de stand van de planten en dieren. We bespreken deze resultaten met partijen als lokale overheden, Staatsbosbeheer en de Waddenvereniging. De minister van Economische Zakenbesluit uiteindelijk, na advies door een onafhankelijke beoordelingscommissie, of we de gaswinning mogen voortzetten.