Jump menu

Main content |  back to top

Elke zes jaar moet NAM van de vergunningverlener opnieuw onderzoeken of zij de meest milieuvriendelijke oplossing toepast. In 2015 is dit onderzoek opgestart.

Voor de waterinjectie is bij de start in 2011  een uitgebreide milieueffectenrapportage opgesteld. Op basis van deze MER zijn vele vergunningen verleend door de verschillende overheden. Voor de waterinjectielocaties in Twente zijn vergunningen verleend door de provincie Overijssel en het ministerie van Economische Zaken. In deze vergunningen is een voorschrift opgenomen dat NAM gedurende de hele periode van waterinjectie om de  6 jaar dient te onderzoeken of het injecteren van productiewater dat meekomt bij de olieproductie nog steeds de meest geschikte verwijderingsmethode is. Deze evaluatie zou op basis van de vergunning moeten plaatsen in 2016/2017 maar in overleg met betrokken overheden is inmiddels besloten om dit onderzoek te versnellen en dit in 2015/2016 al uit te voeren.

31/03/2016

Het onderzoek naar mogelijke alternatieven voor waterinjectie in Twente is nu zover dat er vier onderzoeksrichtingen zijn vastgesteld, om te bepalen wat de optimale manier is om het productiewater uit Schoonebeek te verwerken. Twee daarvan zijn varianten op waterinjectie en twee gaan uit van zuivering van het productiewater.

Na een zorgvuldig selectieproces, waarbij ook gekeken is naar de zorgpunten die vanuit de regio Twente zijn aangedragen is een lijst met mogelijk haalbare opties samengesteld.

Dit heeft tot de volgende vier alternatieven geleid die samen met de huidige situatie als referentie, verder onderzocht gaan worden:

  1. Beperkte zuivering productiewater, gevolgd door afvoer van schoon zout water en lozing op zee via een derde partij, met een vast restproduct
  2. Volledige zuivering productiewater, gevolgd door lozing van schoon zoet water op het oppervlaktewater, met een reststroom met veel zout
  3. Indikking van het productiewater, waarbij een deel als gezuiverd schoon zoet water wordt geloosd op het oppervlaktewater en een deel, met verhoogde concentraties zout en andere stoffen, wordt geïnjecteerd
  4. Beperkte zuivering en injectie gelijktijdig in Twente en Drenthe velden
  5. Huidige vergunning: Geen zuivering en voortzetting van afvoer naar bestaande Twentevelden met nieuwe transportcapaciteit (referentie scenario)

Momenteel werkt Royal HaskoningDHV aan de afronding van de eerste fase van het onderzoek, waarin de bovenstaande verwerkingsopties op hoofdlijnen in kaart worden gebracht.  Rond de zomer zal naar verwachting dit deel van het onderzoek worden afgerond. De commissie van de m.e.r. en Deltares/TNO zullen beide een second opinion gegeven, waarna het geheel zal worden aangeboden aan minister Kamp. Na de zomer zullen naar verwachting enkele opties nader uitgewerkt worden.

Op verzoek van minister Kamp van Economische Zaken is NAM in de zomer van 2015 vervroegd gestart met de verplichte 6-jaarlijkse ‘’Herafweging Productiewater Schoonebeek’’. In dit onderzoek wordt bekeken of waterinjectie in Twente nog steeds de meest milieuvriendelijke oplossing is, zoals in de MER rapportage van 2006 is vastgesteld.

NAM heeft al vele jaren olie in Schoonebeek gewonnen. In 2011 is de winning weer opgestart nadat deze in de jaren negentig was gestopt. Momenteel ligt de oliewinning in Schoonebeek stil in verband met een reparatie van de watertransportleiding naar Twente. NAM verwacht in het najaar weer met de productie van het Schoonebeek olieveld te kunnen starten.

In het najaar van 2015 is er een begin gemaakt met de start van het onderzoek zoals in de vergunningen is opgenomen. Een ingestelde externe begeleidingscommissie bestaande uit de betrokken bestuurders van Overijssel en Drenthe is daar nauw bij betrokken. Ook maatschappelijke organisaties en wetenschappers zijn om advies gevraagd. Begin 2016 is de onderzoeksopzet vastgesteld, nadat de Begeleidingscommissie daar een positief extern advies over had ontvangen. In het eerste kwartaal van 2016 zal de commissie voor de m.e.r. haar advies uitbrengen. Aan het eind van dat kwartaal is de afronding van de eerste onderzoekstap te verwachten. Het terugbrengen van alle geïnventariseerde mogelijkheden (longlist) tot een short list. De opties in deze short list zullen dan verder onderzocht worden, zodat er rond de zomer een eindrapportage is voor de minister van Economische Zaken. 

De activiteiten in de diepe ondergrond staan volop in de belangstelling. Om het  evaluatie onderzoek zo transparant mogelijk te laten verlopen is er een externe begeleidingscommissie ingesteld bestaande uit bestuurders van de provincies Overijssel en Drenthe, het waterschap Vechtstromen en de gemeenten Emmen, Coevorden, Dinkelland en Tubbergen. De onderzoeksopdracht wordt afgestemd met de externe begeleidingscommissie en de Commissie voor de m.e.r. Het feitelijke onderzoek zal door het onafhankelijke adviesbureau RoyalHaskoningDHV worden uitgevoerd.

  • Dhr. E. Lievers, gedeputeerde provincie Overijssel (voorzitter)
  • Dhr. T. Stelpstra, gedeputeerde provincie Drenthe
  • Dhr. E. Volmerink wethouder gemeente Tubbergen
  • Dhr. A. Steggink, wethouder gemeente Dinkelland
  • Dhr. J. Huizing, wethouder gemeente Coevorden
  • Dhr. R. Van der Weide wethouder gemeente Emmen
  • Mw. N. Aarnink, lid dagelijke bestuur waterschap Vechtstromen

    Voor meer informatie zie de website van de begeleidingscommisie