Meten is weten

Het is belangrijk om de relatie tussen gasproductie en aardbevingen nauwkeurig in kaart te brengen: van 3.000 meter onder de grond tot meer dan 30.000 kilometer erboven (via satellietmetingen). Zo wordt bijvoorbeeld duidelijk met welke snelheid de grond beweegt bij een aardbeving of hoe gebouwen daarop reageren. Dat helpt bij het inschatten van de veiligheid én de maatregelen die de overheid moet nemen.

Doelstellingen van het meet- en monitoringsplan van de NAM (2012-2019)

  • Gegevens verzamelen, om onzekerheden te verminderen en ontbrekende kennis aan te vullen.
  • Inventariseren, zichtbaar maken en aanwijzen van gebouwen met een verhoogd risico. Dit gebeurt mede vanwege het programma Bouwkundig Versterken.
  • Opstellen van advies aan de minister als gemeten waarnemingen afwijken van de verwachtingen.
  • In kaart brengen van het aardbevingsrisico in de regio. Dankzij de permanente stroom van nieuwe meetgegevens vormt zich een steeds beter beeld.
Infographic: Wat we meten
Infographic: Wat we meten

Wat we meten

In het meet- en monitoringsprotocol stond beschreven wat er werd gemeten. Het gaat hierbij om het meten van zowel ondergrondse als bovengrondse aspecten. We hebben het geproduceerde gasvolume, de bodemdaling, het aantal aardbevingen en de kracht daarvan en de grondversnelling gemeten. Door de zwaartekracht nauwkeurig te meten, leerden we hoe de ondergrond is opgebouwd. Met trillingsmeters legden we de effecten van aardbevingen op gebouwen vast.

Daarnaast inventariseerden we het aantal en het soort schades om zo een relatie te kunnen leggen tussen aardbevingen, type huizen en schades. Met deze informatie konden we ook steeds beter bepalen hoe huizen versterkt zouden moeten worden.

Download infographic

Positie monitoring netwerk
Positie monitoring netwerk

Netwerk met seismometers en versnellingsmeters

Begin jaren ’90 van de vorige eeuw werd duidelijk dat er een relatie bestaat tussen gaswinning uit het Groningen-gasveld en aardbevingen. Daarom heeft het KNMI in 1995 een boorgatseismometer-netwerk aangelegd in Groningen. Dit netwerk bestaat uit seismometers die tot 200 meter diepte in de grond hangen. Deze seismometers meten bewegingen van de grond, zoals seismische golven die door aardbevingen worden opgewekt. Met dit KNMI-netwerk kunnen de locatie en kracht van aardbevingen worden bepaald. Het KNMI-netwerk telt ook een aantal versnellingsmeters. Deze versnellingsmeters meten aan de oppervlakte hoe snel de grond beweegt bij een aardbeving. Deze metingen zijn nodig om te bepalen welke kracht een aardbeving op gebouwen heeft uitgeoefend.

Diepte van aardbevingen bepalen

De diepte van aardbevingen bepaalt in belangrijke mate de kracht waarmee de oppervlakte na een aardbeving beweegt. Daarom heeft NAM op de locatie Zeerijp 2 speciale observatieputten geboord. Deze putten bevinden zich op 3 kilometer diepte. In deze putten hangen geofoons – feitelijk zeer gevoelige microfoons – waarmee de diepte van aardbevingen beter kan worden bepaald. De geofoons registreren elke trilling op verschillende diepten in de ondergrond. U kunt de bijbehorende rapporten vinden bij Feiten en cijfers.

Gebouwsensoren

TNO heeft in opdracht van NAM zo’n 300 gebouwsensoren geplaatst. De gebouwsensoren registreerden  en maten elke beweging van gebouwen, om meer inzicht te krijgen in de effecten van aardbevingen op gebouwen. De metingen waren real time te volgen op de site van de NAM. Omdat dit netwerk geen nieuwe gegevens meer opleverde en geen andere partij het netwerk wilde beheren en onderhouden, heeft de NAM dit netwerk opgeheven.

Meer over Groningen-gasveld

Opruimen locaties Groningen

In 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) besloten om de gasproductie uit het Groningen-gasveld in 2022/2023 te stoppen.

Toezicht, controle en transparantie

NAM publiceert zo veel mogelijk onderzoek en zet relevante informatie online, zodat iedereen dit kan inzien en beoordelen.

Onderzoeksprogramma Groningen

We willen de relatie tussen gaswinning, aardbevingen en veiligheid beter begrijpen. Daarom heeft NAM een uitgebreid onderzoeksprogramma opgezet.