Het laagcalorisch aardgas uit de ondergrondse gasopslag bij Norg is bestemd voor Nederlandse huishoudens. Het hoogcalorisch gas uit de ondergrondse gasopslag bij Grijpskerk is bestemd voor de industrie. Voor ondergrondse gasopslag wordt ook de afkorting UGS gebruikt: underground gas storage.

Opslaan

Voor ondergrondse gasopslag gebruikt NAM oude gasvelden. Het gas wordt opgeslagen in de poreuze zandsteenlaag in het veld, op een diepte van 2500 tot 4000 meter. Daarboven bevindt zich een afdichtende zoutlaag.

In het poreuze gesteente van de lege gasvelden wordt in de zomerperiode aardgas met behulp van compressoren onder druk geïnjecteerd. Tijdens het op druk brengen, loopt de temperatuur van het aardgas flink op. Het gas moet daarom worden gekoeld. Een elektromotor drijft de hiervoor benodigde compressor aan.

Het geïnjecteerde aardgas wordt via een ondergrondse pijpleiding naar de gasopslag getransporteerd. In Norg wordt alleen aardgas uit het Groningen-gasveld opgeslagen, dit wordt met een leiding vanaf Hoogezand aangevoerd. Het aardgas dat in Grijpskerk wordt opgeslagen kan uit verschillende velden afkomstig zijn.

Winning

Het winnen van gas uit ondergrondse gasopslag gebeurt op dezelfde wijze als bij een gewoon gasveld. Na winning gaat het gas door een gasdrooginstallatie heen. Daar wordt het gedroogd om vloeistoffen te verwijderen die er van nature in voorkomen. Dat betreft vooral water en aardgascondensaat: een soort benzine.

Na het drogen stroomt het gas door de adsorptietoren. De toren is gevuld met korrels silicagel. Deze korrels halen de resterende vloeistoffen uit het aardgas. Tot slot wordt het droge aardgas op de juiste druk en de juiste temperatuur gebracht en geleverd aan de Gasunie.

De fakkelpijp is een van de meest zichtbare onderdelen van de ondergrondse gasopslag. Als er bij onderhoudswerkzaamheden aardgas in de leidingen zit en de opslag drukvrij gemaakt moet worden, dan wordt het aardgas via de fakkelpijp verbrand.

Risico’s van ondergrondse gasopslag

NAM onderzoekt bij elk gasveld de mogelijke seismische risico’s. Dus ook bij ondergrondse gasopslag. De kans op seismische activiteit bij gasopslag is gering. Na onderzoek maken we een inschatting van het aardbevingsrisico. Dit staat in het Opslagplan dat het ministerie van Economische Zaken moet goedkeuren. In het plan staat welke activiteiten onder welke voorwaarden zijn toegestaan.

Controle en rapportages

De bodem in de omtrek van een gasopslag daalt en stijgt. In de zomer als aardgas wordt geïnjecteerd, stijgt de bodem enkele millimeters. In de winter daalt de bodem enkele millimeters. Dat komt doordat het gashoudende gesteente ‘elastisch’ is. Door metingen met GPS en satelliet houdt NAM de stijging en de daling van de bodem nauwkeurig in de gaten. We rapporteren deze cijfers aan Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). De bodemdaling en -stijging vindt zeer gelijkmatig plaats over een zeer groot gebied.

 

Meer over Ondergrondse gasopslag

Gasopslag locaties

Bij Norg wordt laagcalorisch aardgas geïnjecteerd en geproduceerd. Bij Grijpskerk gaat het om hoogcalorisch aardgas. Beide locaties zijn in 1997 geopend.

Wellicht ook interessant

Milieu

NAM ontziet het milieu zo veel mogelijk. Dat beloven we, dat doen we en dat laten we door onafhankelijke partijen controleren.

Techniek en innovatie

NAM ontwikkelt nieuwe technieken: energiezuiniger en milieuvriendelijker. Daardoor kunnen we steeds meer gas uit bestaande velden en gas uit kleinere velden winnen.