De gebouwsensoren, die in opdracht van NAM door TNO worden geïnstalleerd bij 200 gebouwen, hebben op dinsdag 24 juni een aardbeving aan de andere kant van de wereld kunnen registreren. Dat vertelde Arnold Koopman, TNO-expert op het gebied van trillingen, woensdag 2 juli tijdens zijn presentatie in Vita Nova in Middelstum.

Dinsdag 23 juni vond om 11:53 uur (lokale tijd) een zware aardbeving met een kracht van 7,9 op de schaal van Richter plaats bij Little Skin Island in Alaska. De gebouwsensoren in Noordoost-Groningen, ruim 7.000 kilometer verwijderd van het epicentrum van de aardbeving, lieten enkele minuten later een kleine opleving zien.

De meting is zichtbaar in de onderstaande figuur en komt overeen met een snelheid van 0,1 mm/s. Dit is een zeer gering trillingsniveau, niet waarneembaar voor mensen. De metingen tonen aan hoe gevoelig de sensoren zijn: zelfs de kleinste trillingsniveau’s worden waargenomen.

Overdag zou een dergelijk trillingsniveau niet opgevallen zijn, doordat de sensoren ook gedurende de dag veel ruis registreren. Dit is goed zichtbaar bij de metingen van de sensor in Bedum. De getoonde ruis in de grafiek kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld dichtvallende deuren, langsrijdend verkeer of werkzaamheden.

Aardbeving van 2,1 bij Woudbloem

Tijdens de informatiebijeenkomst vond een aardbeving plaats bij Woudbloem. De registratie van deze beving kon via Feiten en cijfers direct aan het aanwezige publiek getoond worden. De sensor in het gemeentehuis van Slochteren registreerde de beving met een snelheid van 1,9 mm/s. Van een dergelijke snelheid wordt aangenomen dat het hinderlijk is, met een geringe kans op schade (zie bijgaande afbeelding). Hier is met betrekking tot de bebouwing in Noordoost-Groningen echter weinig over bekend. De gegevens die de sensoren opleveren, moeten hier meer inzicht in geven.

Informatiebijeenkomst over gebouwsensoren

Met de bijeenkomst op woensdag 2 juli informeerde TNO de deelnemers aan het onderzoek met gebouwsensoren over de stappen die de komende maanden gezet worden. Ongeveer 150 aanwezigen, deelnemers maar ook andere geïnteresseerden, kregen de kans in contact te komen met de onderzoekers van TNO.

Na een korte introductie over het project bouwkundig versterken door projectmanager Eric Heerkens, volgde een presentatie over de wetenschappelijke kant van het onderzoek met gebouwsensoren. Deze presentatie werd verzorgd door Arnold Koopman, expert bij TNO op het gebied van trillingen. Hij benadrukte in zijn verhaal de opzet en de doelstellingen van het onderzoek. In welke mate worden trillingen uit de ondergrond overgedragen aan gebouwen, welke schade levert dit op en hoe kunnen deze gebouwen het best bouwkundig versterkt worden om risicovolle situaties te voorkomen. De meetgegevens uit het onderzoek moeten meer inzicht bieden in deze vragen. De aanwezigen konden zowel voor, tijdens als na de presentatie vragen stellen. Koopman, maar ook andere vertegenwoordigers van TNO en NAM, namen de tijd om alle vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Uitrol netwerk aan gebouwsensoren

In 2014 plaatst TNO in opdracht van NAM 200 gebouwsensoren. De eerste sensoren zijn inmiddels geplaatst in zes gemeentehuizen. De metingen van deze sensoren zijn real-time te volgen via Feiten en cijfers. Medio juli volgt de installatie bij andere gemeentehuizen, gevolgd door de installatie bij particulieren.

Meten en monitoren

De gebouwsensoren zijn onderdeel van het meet- en monitoringsnetwerk , dat in 2014 verder wordt uitgebreid. NAM doet met behulp van honderden sensoren verder onderzoek naar aardbevingen door gaswinning en de (gevolgen van) trillingen aan de oppervlakte. Ook houdt dit netwerk de ontwikkeling van risico’s van aardbevingen door gaswinning in de gaten.

Door meer en betere data te verzamelen kunnen de onzekerheden die nog bestaan rondom aardbevingen en de gevolgen daarvan verkleind worden.

Meting diverse gemeenten: