Donderdag 5 juni 2014 vond de derde thema-avond plaats in het Regionaal Informatiepunt Gaswinning in Loppersum (RIG). ‘Wat speelt zich af in de diepe ondergrond van Noordoost-Groningen’, was de vraag die centraal stond en die zo goed mogelijk beantwoord werd door Rien Herber, hoogleraar Geo-Energy aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).

Met een uitgebreide presentatie wist de hoogleraar Geo-Energy het complexe verhaal over de ‘diepe ondergrond’ in eenvoudige bewoordingen uit te leggen. Hij nam bovendien rustig de tijd voor de vele vragen uit de zaal. Zo werd er bijvoorbeeld gevraagd wat de rol van de zoutlaag is, in de diepe ondergrond. Hoewel er veel over de zoutlaag te vertellen valt, benadrukte Herber vooral de dempende werking van de zoutlaag. ‘Dat is de belangrijkste rol van de zoutlaag.’

Grondlagen en grondsoorten
Niet alleen de diepe aardlagen, maar ook de samenstelling van de ondiepe bodem is van belang. Sommige grondlagen hebben een dempende werking, andere juist niet, doceerde Herber. ‘Hierdoor is het mogelijk dat een bepaalde beving op de ene plek meer schade aanricht dan op een andere locatie. Die schade wordt namelijk veroorzaakt door de versnellingen die zich aan het oppervlak voordoen. Hierbij gaat het niet alleen om de sterkte, maar ook om de lengte van de aardbevingspuls. Waardoor die verschillen in lengte worden veroorzaakt is nog niet duidelijk en dat wordt dan ook verder onderzocht.’

Breuklijnen
Een illustratie van verschillende breuklijnen in de diepe ondergrond riep eveneens veel vragen op. ‘Niet elke breuk onder het Groningen-gasveld veroorzaakt automatisch aardbevingen’, lichtte Herber toe. ‘Het is echter wel zo dat de meeste aardbevingen ontstaan langs de grotere breuken in het Groningen-gasveld.’

Injecteren van gas
Belangrijke oorzaak van het toenemend aantal aardbevingen en de kracht daarvan, is de afnemende gasdruk in het Groningen-gasveld. Het injecteren van gas, zoals CO2 of stikstof, zou hiervoor in principe een oplossing kunnen zijn, stelt Herber tijdens zijn presentatie. Tegelijkertijd wijst hij echter op de knelpunten van dit voorstel, zoals de enorme hoeveelheid benodigd gas en de technische en financiële haalbaarheid van het plan.

Verminderde gasproductie
Op verzoek van de aanwezigen gaat de hoogleraar kort in op de verminderde aardgasproductie op vijf locaties rond Loppersum. Herber zou zelf de voorkeur hebben gegeven aan een meer gelijkmatige productie van het Groningen-gasveld, met balans tussen het noordelijk en het zuidelijk deel van het gasveld. Het verminderen van de gasproductie rond Loppersum leidt volgens hem juist tot drukverschil tussen noord en zuid en het is nog onduidelijk wat de gevolgen hiervan zijn.

Tenslotte willen alle aanwezigen natuurlijk weten hoe lang er nog aardbevingen blijven voorkomen in Noordoost-Groningen. Het antwoord van de hoogleraar uit Groningen is duidelijk: ‘Er zal naar verwachting tot 2050 gas gewonnen worden uit het Groningen-gasveld. Na die tijd treedt er nog zeker vijftien jaar compactie en bodemdaling op met, als gevolg hiervan, dus ook aardbevingen.’