Earthquake investigator adjusting camera and computer

In het hart van Lombardije is een huis gebouwd om het vervolgens stevig te schudden. Het huis en de materialen zijn speciaal gemaakt om een Gronings huis uit de jaren ’70 voor te stellen. Door dit te doen leren onderzoekers veel over de zwakke plekken in typisch Groningse huizen. Deze test in Italië is onderdeel van een groot aantal tests op gebouwen en materialen die helpen om de sterkte van huizen beter in te schatten. Op dinsdag 15 september worden de laatste tests uitgevoerd.

Schudden als een Groningse aardbeving
Onderzoekers van EUcentre in Italië zijn experts in onderzoek naar het gedrag van huizen bij aardbevingen. In het onderzoekslaboratorium is een huis op ware grote nagebouwd op een triltafel. Het huis staat op een plaat die kan bewegen.

Deze bewegingen zijn vergelijkbaar met typische aardbevingen in Groningen. Er is begonnen met een lichte ‘aardbeving’ en in daaropvolgende tests wordt het schudden steeds intenser. Inmiddels zijn er al krachten van 0,24 g losgelaten op het gebouw. Dit is vergelijkbaar met een aardbeving met een magnitude van tussen de 4,5 en 5,0 op de Schaal van Richter. Ter vergelijking: tijdens de aardbeving bij Huizingen op 16 augustus 2012 was de hoogst gemeten kracht 0,08 g.

Met behulp van meetapparatuur en camera’s leggen we vast hoe het huis op dit schudden reageert. Tot nu toe worden er op basis van theoretische modellen inschattingen gemaakt over de aardbevingsbestendigheid van huizen in de provincie Groningen. Met dit onderzoek kunnen deze modellen geijkt en daarmee nauwkeuriger worden.

Sneller zwakke plekken herkennen
Italianen bouwen andere huizen dan Groningers. Daarom is het huis gebouwd door Groningse bouwvakkers en met Groningse materialen die speciaal voor deze test zijn gemaakt. De kwaliteit van de stenen en van de mortel zijn dus niet die van nieuwe materialen. Ze zijn expres ouder gemaakt en zijn vergelijkbaar met de kwaliteit van materiaal uit het jaar 1973. In de provincie Groningen zijn verschillende typen huizen en het is na de test te vroeg om definitieve conclusies over alle gebouwen te trekken. De test is echter wel waardevol om betere inschattingen van risico’s te maken bij verschillende huistypen.

Guido Magenes, hoofdonderzoeker van EUcentre: “Dankzij deze tests kunnen bouwers en inspecteurs in Groningen sneller de zwakke delen van huizen vinden. Zij weten sneller wat ze wel en niet hoeven te versterken en op welke manier. Dat helpt om mensen veilig te laten wonen bij aardbevingen. Zo ging dat ook in Italië.”

Onderdeel aardbevingsonderzoek
Ook op andere manieren wordt de sterkte van huizen in kaart gebracht, bijvoorbeeld door cement en steen tests aan de TU Delft en triltesten in Groningen. Zo wordt Gronings metselwerk overgebracht naar een laboratorium in Delft. Door dit onder druk te zetten kan worden vastgesteld wat de sterkte is van het materiaal.

Jan van Elk, verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma van NAM: “Het onderzoek in Italië is onderdeel van een breed aardbevingsonderzoek, dat het effect van gaswinning op de veiligheid bestudeert. Ieder deel in de keten van gaswinning tot veiligheid heeft eigen deelonderzoeken. Nationale en internationale kennisinstituten en universiteiten werken mee om meer zekerheid te krijgen over de veiligheid bij gaswinning in Groningen. Onderzoeksresultaten delen we in november met de minister van Economische Zaken. “

earthquake investigators

Figuur 2: Het aardbevingsonderzoek is opgebouwd uit zeven thema’s. Het triltafel onderzoek valt onder thema 6 ‘Sterkte van huizen’ en draagt bij aan een beter inschatting van de zwakke plekken van gebouwen.

Meer informatie over het aardbevingsonderzoek vindt u hier.