Seven levels Energy Transition

Nederland staat voor grote veranderingen. De energietransitie is de transitie van de huidige energiemix, die gedomineerd wordt door fossiele brandstoffen, naar een duurzame energiemix met een aanzienlijk lagere CO2-footprint. We staan echter nog aan het begin, maar de mate van succes van deze transitie zal afhangen van een aantal belangrijke randvoorwaarden: 

  1. Energie moet betaalbaar blijven
  2. Er moet sociaal draagvlak bestaan voor de vele energie projecten
  3. De leveringszekerheid moet behouden blijven
  4. Nederland moet keuzes maken: economische keuzes, zoals een stikstoffabriek, maar ook geopolitieke consequenties.

Om de CO2-footprint aanzienlijk te verlagen is het belangrijk om niet alleen maar naar duurzame energie te kijken, maar naar de hele energiemix. Dit wordt mooi weergegeven in de zogenaamde ‘Ladder van 7’ (NOGEPA, 2016). Besparing in combinatie met het opschalen van duurzame energie is een absolute must. Realiteit is echter, dat dit voorlopig in com-binatie zal zijn met een fossiele bron. Als je vanuit een CO2 oogpunt kijkt, is het verstandig om daarvoor dan Nederlands aardgas te gebruiken, aangezien dit de minst vervuilende vorm is van de fossiele brandstoffen.

NAM produceert nu ongeveer 30% van de primaire energie van Nederland, en is daarmee de grootste primaire energieproducent van het land. Je zou kunnen denken dat NAM de energietransitie als een bedreiging ziet. De werkelijkheid is anders. NAM heeft aan de wieg gestaan van de vorige energietransitie, de overgang van kolen naar aardgas. Ook nu pleiten we voor meer ambitie en zijn we onderdeel van deze transitie naar een CO2 arm energie systeem. Wij zien daarbij heel veel kansen voor Nederland.

NAM heeft zich dan ook aangesloten bij de Transitie Coalitie. Deze coalitie, van meer dan 60 toonaangevende bedrijven in Nederland, pleit voor een veel hogere ambitie in de energietransitie. Om twee redenen: allereerst moeten we de energietransitie versnellen om de doelstellingen van Parijs daadwerkelijk te realiseren en daarnaast is het essentieel om er voor te zorgen dat we in Nederland een duurzame economie opbouwen om op die manier het land ook economisch gezond te houden.

Die uitdaging is buitengewoon groot, en aan ambitie is er bij heel veel partijen geen gebrek. Maar nu naar de realiteitszin. We illustreren het gebrek aan realiteitszin aan de hand van 3 voorbeelden.

Realitycheck 1: Nederlanders denken dat we al veel verder zijn in het de energietransitie dan de werkelijkheid laat zien.

Uit een onderzoek (EZ/Motivaction 2016) blijkt dat de Nederlandse burger denkt dat de huidige energiemix al voor 39% wordt ingevuld door duurzame energie (inlusief nucleaire energie zelfs 49%). De realiteit in 2016 is dat we slechts op 5,9% hernieuwbare energie staan (of bijna 7% incl. nucleaire energie (CBS 2017)). Hierin schuilt een groot gevaar: veel mensen zullen denken dat de transitie tot nu toe redelijk pijnloos is geweest en dat we desondanks al de helft van het probleem opgelost hebben. Waar maken we ons nou zo druk over?

Realitycheck 2: Het reduceren van de Nederlandse aardgasproductie leidt tot een toename van de kosten en CO2 footprint.

Om energieleveringszekerheid te blijven garanderen zal de afname van de Nederlandse aardgasproductie gecompenseerd moeten worden door geïmporteerd aardgas uit landen als Rusland of Noorwegen of via LNG. Dit brengt ons verder van ons doel af, aangezien het importeren van aardgas leidt tot een toename van zowel de kosten als de CO2 footprint. Geïmporteerd gas kent een hogere CO2-footprint vanwege de lange transportafstand en de conversie (stikstof bijmenging) van het hoog calorisch aardgas naar laag calorisch gas, voor de ongeveer 7,5 miljoen huishoudens die gas gebruiken. Voor LNG gelden ook energie intensieve stappen waarbij ongeveer 15% van het gas in het proces gebruikt wordt.

Realitycheck 3: Het stoppen met de verdere ontwikkeling van gasvelden leidt tot een versnelde productie afname die we nog niet duurzaam kunnen compenseren.

Een veel gehoorde opmerking is: “Laten we nu direct stoppen met het boren naar gas, want zo dadelijk hebben we duurzame energie. ” Als we per direct zouden stoppen met alle gasboringen in de kleine velden (op land buiten het Groningen gasveld en op de Noordzee) zou de gasproductiecapaciteit in de periode tot 2023 met ongeveer 20 miljard m3/jaar afnemen. Dat is ongeveer de helft van ons jaarlijkse verbruik in Nederland. Als we dat verlies aan energieproductie op een duurzame manier willen compenseren, moeten we de komende jaren geen 5, maar 65 offshore windparken van elk 700MW realiseren. Als we voor compensatie naar zon PV zouden kijken, dan moeten we in de komende jaren 76000 ha panelen moeten installeren, 2500 keer het grootste nu werkende zonnepark (van 30 ha) of ongeveer 6,5 keer het oppervlak van Terschelling. Een mooie ambitie, maar gezien de voortgang nu is dit niet realistisch.

Deze 3 realitychecks laten zien dat, hoewel het makkelijk is om een ambitie uit te spreken, je wel moet kunnen onderbouwen met een realistisch plan én beseffen dat we hier allemaal een rol in spelen.

Samen werken aan een ambitieuze en realistische energietransitie

Gaat het dan mislukken? Nee, maar de werkelijke ambitie moet zijn (versneld) toewerken naar CO2 reductie, bijvoorbeeld door ongeveer 7,5 miljoen huishoudens in 2035 CO2 neutraal te maken. En dat kan op verschillende manieren. De inzet van duurzame energie is een middel op weg naar dit doel, maar niet het doel zélf. Dus gooi je bestaande structuren en bronnen niet weg, maar gebruik ze juist slim als springplank

Met het uitspreken van energietransitie ambities zonder realistische onderbouwing wordt mensen een rad voor ogen gedraaid en zal het alleen maar moeilijker worden om de doelstellingen van Parijs te realiseren. Daar is uiteindelijk niemand bij gebaat, zeker de burger niet. Vandaar dat we pleiten én samen willen werken aan een ambitieuze en realistische transitie, waarbij we tegelijkertijd een gezonde duurzame economie realiseren.”

Pleidooi van Eilard Hoogerduijn Strating (New Energy Manager NAM), uitgesproken tijdens Springtij 2017.