Morgen en overmorgen, 8 en 9 november, vindt de zitting in het hoger beroep plaats bij het Hof in Leeuwarden. Wij zijn destijds in hoger beroep gegaan om duidelijkheid te krijgen.

Aardbevingen hebben impact op de Groningers en Groningen. Dat erkennen we. Waardedaling is – zeer begrijpelijk - een belangrijk thema voor bewoners. NAM erkent dat er een effect van aardbevingen kan zijn op de woningmarkt. Daarom is er een zeer uitgebreid en samenhangend pakket aan regelingen ontworpen. We willen daarbij recht doen aan het individu – geen bewoner, huis of locatie is gelijk. Onderdeel van dit pakket is een waarderegeling die bewoners compenseert bij verkoop. Daar wordt – net als van de andere regelingen - veel gebruik van gemaakt. Bij verkoop blijkt dat dat effect bij de aanvraag voor de waardedalingsregeling tussen de 0 en 5% ligt. Er zijn tot op heden* bijna 2700 aanvragen gedaan. Na de taxatie door twee onafhankelijke taxateurs - waaronder altijd één lokale makelaar/taxateur van NVM, VBO Makelaar of VastgoedPro - blijkt dat 94% van de bewoners de voorgestelde compensatie accepteert.

De vraag die aan de orde is, is daarom niet of waardedaling als gevolg van aardbevingen door NAM moet worden vergoed, maar: op welk moment moet die waardedaling worden gecompenseerd? Namelijk, de woningmarkt en dus de waarde van een woning fluctueert in tijd. Dit geldt niet alleen voor dit gebied in Groningen, maar voor de gehele woningmarkt in Nederland. Onzes inziens kun je pas een eventueel waardeverlies in een fluctuerende markt concreet bepalen op een ‘natuurlijk’ moment. Een natuurlijk moment, bijvoorbeeld de verkoop van de woning, echtscheiding of overlijden, geeft de meest realistische kijk op een eventueel waardeverlies. Vandaar dat wij graag aan zo’n natuurlijk moment vasthouden als het gaat om het zo eerlijk mogelijk bepalen of er al dan niet sprake is van waardeverlies. Als er uitkomt dat er inderdaad een waardeverlies is, dan vergoeden we dat.

De uitspraak zoals die gedaan is in 2015 geeft veel vragen en onduidelijkheden. De uitspraak stelt iedereen gelijk (een zogenaamde ‘one size fits all’-gedachte). Daarbij wordt geen recht gedaan aan het individu. Daarnaast wordt volgens NAM ten onrechte niet het moment waarop schade concreet wordt geleden als uitgangspunt genomen bij de schadevergoeding. Eenieder zou nu zonder verkoop van zijn woning recht kunnen hebben op een vergoeding (mits op enig moment waardedaling is aangetoond). Dat houdt geen rekening met het feit dat de woningmarkt in ontwikkeling is en zelfs op dit moment in positieve zin. Eén van de vragen bijvoorbeeld is het door de rechter aangegeven vrije moment van keuze. Maar wat is het juiste moment, wanneer is dat? Immers, de prijs van een woning fluctueert. Een dag geleden, volgende week, een jaar geleden? Wat als een huis daarna weer daalt of stijgt in waarde? Met andere woorden, dit schept onduidelijkheid voor de bewoners, maar ook voor NAM. Bij onduidelijkheid is niemand gebaat. Vandaar dat wij in beroep zijn gegaan.

*stand eind oktober 2017 nam.nl

Meer informatie over de Nieuwbouwregeling