Geacht College, mevrouw de Voorzitter,

Graag richt ik namens NAM het woord tot u.

We hebben eerder in deze zaal gesproken. Dat was als belanghebbende. Nu staan we hier echter als appellant voor u.

De stap om in beroep te gaan tegen het Wijzigingsbesluit van de Minister hebben we niet licht genomen. Toch vinden we dat het moet. Dat het zelfs cruciaal is. We scharen ons met dit beroep aan de zijde van een deel van de andere appellanten. Hoe tegenstrijdig het misschien ook mag lijken – we hebben een gemeenschappelijk belang. Dat belang is veiligheid. Én duidelijkheid over die veiligheid.

We erkennen de impact die de gevolgen van de gaswinning heeft op de Groningers en Groningen. Die impact is groot – meerdere appellanten hebben dat vandaag aangehaald. Ook al ken ik meerdere van hun verhalen, ook nu komen ze binnen; ook bij mij. Ik begrijp heel goed dat wat wij doen en waarover we communiceren vaak abstract en afstandelijk klinkt: onderzoeken, een model, wetenschappers, normen, kaders, rechtszaken. Dat sluit geheel niet aan bij het gevoel van de Groningers. En dat begrijp ik. Het gevoel van veiligheid is geen optelsommetje van onderzoeken en wetenschappelijke conclusies. Maar wat nu veilig is, daar moeten we het wel met zijn allen over eens zijn.

Er zijn veel stappen gezet in Groningen op het gebied van schadevoorkoming en -herstel. Veel mitigerende maatregelen zijn genomen. En met effect: de seismiciteit neemt af. NAM staat inmiddels op afstand bij de afhandeling van de schade en de uitvoering van het versterkingsprogramma en dat is goed. Ruim 85% van de schademeldingen is inmiddels in goed overleg met de bewoners opgelost. En niet alleen bij huizen worden er stappen gemaakt, ook bijvoorbeeld bij scholen, nieuwbouw, bij het vaststellen van versterkingsnormen, infrastructuur etc. Maar - zeg ik er direct bij: er moet ook nog heel veel gebeuren.

Je zou voor iedereen willen dat het sneller ging.

Het is terecht altijd maatwerk, waarbij zorgvuldigheid voor snelheid gaat.

Terug naar de veiligheid. Om nog even in termen van stappen te blijven: met dit Wijzigingsbesluit doet de Minister niet een stap vooruit, maar wat ons betreft een stap achteruit. En dan met name op het gebied van duidelijkheid over de veiligheid van gaswinning in Groningen. Duidelijkheid is essentieel en was er met het Instemmingsbesluit van vorig jaar september. Vandaar dat wij toen – ondanks de verlaging in productie - niet in beroep zijn gegaan tegen dat besluit. Het Winningsplan dat destijds aan de besluitvorming ten grondslag lag en waar de Minister mee heeft ingestemd, bood deze duidelijkheid wel. Daarmee is dit goedgekeurde plan dan ook het fundament voor de dagelijkse productie.

Dat is direct ook de reden waarom wij nu uw Afdeling om toetsing vragen.

Volgens dit voorliggende Wijzigingsbesluit is het namelijk niet meer mogelijk om op basis van de best beschikbare kennis vast te stellen dat wordt voldaan aan de veiligheidsnorm. Zo stelt het besluit en ik citeer: “… Er [is] geen model dat kan voorspellen bij welk productieniveau de seismische risico’s overeenkomen met de veiligheidsnormen” en “… Er niet [kan] worden vastgesteld dat thans aan de veiligheidsnorm is voldaan”.

Dit verrast ons. Dit Winningsplan is gebaseerd op een peer-reviewed model waar de top van de wetenschappers uit de hele wereld aan hebben bijgedragen. Sterker nog, we ontvangen regelmatig bezoekers uit het buitenland die geïnteresseerd zijn in juist dit model. Tevens vormt dit model de basis voor de analyses voor de versterkingsopgave.

Deze benadering via een model is niet uniek voor gaswinning en wordt op tal van andere domeinen toegepast waar het gaat om risicobeleid. Zoals bij dijken, luchtvaart etc. Ieder model kent onzekerheden. Geen enkel model in welk domein dan ook garandeert absolute zekerheid. Als de Minister dan vervolgens stelt dat het model nu geen voorspellende waarde heeft, dan kan de Minister toch ook niet aangeven dat het door hem nu vastgestelde niveau wel veilig is? Als de Minister vervolgens zegt uit voorzorg te handelen, waarom dan “maar” een willekeurig percentage als geheel naar beneden? Waarom niet een verdere reductie in het gebied rond Loppersum of een extra review door bijvoorbeeld TNO? Kortom, de motivering van de Minister creëert onnodig onduidelijkheid en onrust. Dit is in niemands belang.

Concluderend: met dit besluit is een in onze ogen zeer onwenselijke situatie gecreëerd. Van NAM, als producent, wordt kennelijk verwacht dat we door gaan met produceren, maar tegelijkertijd zeggen de Minister en de toezichthouder dat ze niet kunnen aangeven of deze productie aan de veiligheidsnorm voldoet. Echter, ook met 10% reductie zijn die kaders nog blijkbaar niet helder voor de Minister en de toezichthouder. Dit is onwenselijk. Vandaar dat we na rijp beraad deze voor ons ongebruikelijke stap hebben gezet en in beroep zijn gegaan tegen het Wijzigingsbesluit.

Nogmaals, wij zijn ervan overtuigd dat ons model – tezamen met het recent door de toezichthouder aangenomen Meet- en Regelprotocol - de juiste benadering is en onze productie aan de veiligheidsnorm voldoet. NAM voorziet Nederland dagelijks voor ruim één derde in het energieverbruik. Dat willen we graag blijven doen, maar wel binnen heldere kaders. Dit is alles wat wij vragen. Wij volgen de Minister als ons die duidelijkheid geboden wordt.