Morgen vindt de zitting plaats bij de Raad van State. NAM is hierbij aanwezig, maar in een andere hoedanigheid dan voorheen. NAM heeft tot nu toe altijd de besluiten van de Minister rondom de Groningse gasproductie gevolgd. Nu is de situatie fundamenteel anders en voelt NAM zich genoodzaakt voor het eerst beroep aan te tekenen tegen het Wijzigingsbesluit van de Minister. Naast NAM zijn er nog ruim twintig andere partijen die beroep hebben aangetekend bij de Raad van State.

Reden beroep

NAM is door het Wijzigingsbesluit in een onmogelijke positie gebracht. Enerzijds verwacht de Minister dat we doorgaan met produceren van gas uit het Groningen gasveld en anderzijds geeft de Minister tegelijkertijd aan dat niet kan worden vastgesteld dat er bij deze gasproductie wordt voldaan aan de veiligheidsnorm.

Het veilig produceren uit het Groningen gasveld is een gemeenschappelijk belang van alle betrokkenen, de bewoners voorop. Het belang van de energievoorziening voor Nederland vereist voor alle betrokkenen heldere kaders die recht doen aan het belang van veiligheid, het zoveel mogelijk voorkomen en beperken van schade en het zorgdragen voor leveringszekerheid. Met het Wijzigingsbesluit lijkt de Minister de eerder geaccepteerde kaders op het gebied van veiligheid los te laten. Dat schept een fundamentele onduidelijkheid; ook voor NAM als producent van het gas uit Groningen.

Gerald Schotman, directeur NAM: “Ons beroep gaat over de onderliggende motivering van de Minister en dus om de duidelijkheid over de veiligheidskaders. Wij zijn van mening dat we met de huidige operaties van het Groningenveld voldoen aan de geldende door de Minister vastgestelde veiligheidsnorm. Door zijn uitspraken in het Wijzigingsbesluit zijn we nu in een situatie beland waar niemand bij gebaat is. NAM vindt het, als bedrijf dat verantwoordelijk is voor de winning en aansprakelijk is voor de gevolgen daarvan, niet acceptabel dat wel wordt toegestaan en verwacht dat wij door gaan met produceren, terwijl zowel de Minister als de toezichthouder aangeven dat niet kan worden vastgesteld, dat er wordt voldaan aan de veiligheidsnorm. De indruk is helaas ontstaan dat ons beroep te maken heeft met de verlaging van de gasproductie. Het gaat ons om de motivering van het besluit. NAM is eerder ook niet in beroep gegaan tegen een verlaging in het volume van gaswinning.”

De zitting van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vindt plaats op 13 en mogelijk 14 juli, 2017 in Den Haag.

Meer informatie is te vinden op www.raadvanstate.nl