In het nieuwe regeerakkoord van Rutte III is afgesproken dat Nederland wil voldoen aan de klimaatafspraken van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden Celsius. Daarnaast is een klimaatwet aangekondigd en is afgesproken om 49% broeikasgassen te verminderen in 2030 ten opzichte van 1990.

Deze ambitieuze afspraken zijn in lijn met het eerste Pleidooi van de Transitiecoalitie van ruim 65 toonaangevende bedrijven in Nederland en biedt een duidelijk kader voor het nog op te stellen klimaat- en energieakkoord. De Transitiecoalitie is met name ook positief over de keuze voor een minister voor Economische Zaken en Klimaat omdat daarmee een belangrijke voorwaarde is ingevuld voor gecombineerd klimaat- en economische beleid gericht op groene welvaart. Alleen dan ontstaat een wenkend perspectief dat voldoende mensen en bedrijven inspireert en motiveert om gezamenlijk de schouders eronder te zetten.

Het voorliggende tweede pleidooi van de TransitieCoalitie is gericht op de wijze waarop het nieuwe klimaat- en energieakkoord daadwerkelijk kan leiden tot een versnelling van de energietransitie in lijn met ‘Parijs’.

Concreet pleiten wij bij het nieuwe Kabinet en andere stakeholders voor de volgende twee werkwijzen:

1.    Baseer het nieuwe klimaat- en energieakkoord op een programma-aanpak als succesfactor. En vertaal de volgende kritische succesfactoren van het programma ‘Wind op zee’ uit het eerste energieakkoord naar andere sectoren en technieken.

  • Doelstelling: klimaat en economie

De ervaring leert dat er onvoldoende snelheid wordt gemaakt als er alleen een nadrukt ligt op CO2-reductie. Daarom is het van groot belang om bij aanvang van de programma’s ook het wenkende perspectief (nieuwe bedrijvigheid, werkgelegenheid, economische groei en comfortabele woningen, etc.) gezamenlijk als ambitie te definiëren. Bij wind-op-zee was dat ‘de bouw van een nieuwe toonaangevende sector die aansluit bij de historische kracht van de Nederlandse offshore-industrie.

  • Wederkerige prestatieafspraken

Alle betrokken stakeholders, van maatschappelijke organisaties tot en met overheden en bedrijfsleven zoeken binnen ieder programma gezamenlijk naar de beste oplossing, maken daar afspraken over en komen deze na.

  • Faciliterende overheid

Een overheid die richting en ruimte geeft, helpt marktfalen op te lossen en investeringsrisico’s te verminderen

  • Technologie klaar voor opschaling

Opschaling is mogelijk als technologische oplossingen voldoende ver zijn ontwikkeld. Dan brengt opschaling kostenreductie en stimuleert nieuwe bedrijvigheid. In andere gevallen kan gekozen worden voor een innovatieprogramma.

  • Stabiel beleid: investeringszekerheid

Stabiel beleid op het gebied van economie en klimaat, over kabinetten en bestuurslagen heen is noodzakelijk voor investeringszekerheid. De keuze voor het beleidsinstrument is maatwerk per programma en wordt toegesneden op de specifieke kenmerken van de betreffende sector.

  • Pijplijn van projecten

Van belang is dat er een constante stroom van projecten op de markt komt om opschaling mogelijk te maken. Bij voldoende projecten en continuïteit in overheidsbeleid vindt innovatie, standaardisatie en efficiencyverbetering in industrie plaats.

  • Draagvlak

Het betrekken van de burger in de energietransitie, zowel voor de ondersteuning van het be-leid als voor eigen initiatieven is een noodzakelijke randvoorwaarde.

2.    Zorg dat programma’s een integraal onderdeel zijn van onderhandelingen binnen het kader van  het nieuwe energieakkoord.

De TransitieCoalitie pleit voor een algemeen uitgangspuntenkader (doelen, rollen, type programma’s, governance) dat wordt gecombineerd met een tiental programma’s die gezamenlijk een klimaat- en energieakkoord vormen. Alleen met een programma-aanpak is het mogelijk om te komen tot een goede uitruil van belangen op bovenstaande succesfactoren en daarmee een versnelling van de energietransitie. Een programma als onderhandelingsresultaat zorgt ervoor dat wederzijdse prestatieafspraken kunnen worden gemaakt en maximaal commitment van partners wordt bereikt.

De programma’s zijn dus niet alleen uitvoeringsprogramma’s, maar vormen onderdeel van een tweede energieakkoord. Indien ervoor wordt gekozen om randvoorwaarden zoals beleid buiten de programma’s te houden, gaan stakeholders ‘afwachten’ tot de politiek met oplossingen komt en wordt een kans op wederzijdse prestatieafspraken gemist.

Meer weten over de TransitieCoalitie?