In 2018 hebben de overheid en de NAM samen afspraken gemaakt over de doorbelasting van kosten voor de publieke afhandeling van schade als gevolg van de gaswinning en voor de versterkingsoperatie noodzakelijk voor de veiligheid. Dit is gebeurd tegen de achtergrond van het besluit om het Groningen-gasveld zo snel als mogelijk te sluiten en de maatschappelijke wens om de NAM op afstand te plaatsen. De NAM is van mening dat met de huidige doorbelasting wordt afgeweken van de principes van de overeenkomsten. Daarnaast zijn de kostenopgaves onvoldoende onderbouwd om ze te kunnen toetsen tegen de afspraken in de overeenkomsten. De NAM heeft dit bij het ministerie opgebracht, waaronder ook het aanbod om tot een herziening van de afspraken te komen. Om uit deze impasse te komen heeft de NAM nu besloten dat het verstandig is dat een onafhankelijke derde er een oordeel over geeft. De overeenkomsten tussen de overheid en de NAM bieden deze mogelijkheid als partijen er onderling niet uit komen. Ook over het deel van de kosten dat de NAM vooralsnog niet betaald heeft, gaat de NAM graag in gesprek met de overheid.

Johan Atema, NAM directeur: “De huidige keuzes van de overheid sluiten niet meer aan bij de betaalafspraken tussen de overheid en de NAM uit 2018. Dit geschil wordt nu voorgelegd aan een arbiter. Tegelijkertijd blijven wij graag bereid om met de betrokken ministeries tot een betere en duurzame oplossing te komen. Dit zou zelfs in de vorm van een afkoopregeling kunnen, zoals IMG-bestuursvoorzitter Kortmann en de Algemene Rekenkamer dit recent verwoordden.”

Dit geschil gaat niet over de beleidskeuzes van de overheid die invulling geven aan de afspraken met en de wensen uit Groningen. Zoals bekend staat de NAM op afstand en is het bedrijf niet betrokken bij deze verdere keuzes voor de schadeafhandeling en de versterkingsaanpak. De NAM benadrukt dat zij de aan de gaswinning en aardbevingen gerelateerde kosten zal vergoeden. Daar is geen discussie over.