Fase 1: Voorbereiding

Tijdens de voorbereidingen voert NAM, of een bedrijf in opdracht van NAM, verschillende onderzoeken en studies uit op en bij de locatie. Bijvoorbeeld bodemonderzoeken om te bepalen of saneren gewenst is en zo ja wat. Of een ecologische scan om in kaart te brengen of er kwetsbare diersoorten voorkomen rondom de locatie.

In deze fase kijkt NAM ook naar hoe zij de locatie heeft gebruikt. Zijn er bijvoorbeeld alleen proefboringen geweest of is er daadwerkelijk geproduceerd? Ingenieurs brengen met behulp van bouwtekeningen de ondergrondse betonconstructies en leidingen in kaart en bekijken hoe de put is afgesloten.

In overleg met de eigenaar van het terrein bepaalt NAM hoe ze de locatie achterlaat. Het uitgangspunt is om het terrein in de oude staat terug te brengen. Mocht de toekomstige gebruiker meer belang hebben bij de faciliteiten die al aanwezig zijn of andere plannen hebben met het terrein, dan past NAM zich daarop aan. Uiteraard verwijdert NAM de gas- of olieputten en eventuele milieuverontreinigingen voordat de overdracht van het terrein plaatsvindt.

Nadat de onderzoeksresultaten bekend zijn, vraagt NAM de benodigde vergunningen aan. Deze zijn verplicht om te mogen beginnen met de werkzaamheden.

Fase 2: Afsluiten van de put

Voordat NAM een locatie kan opruimen, moet de gas- of olieput zijn afgesloten. Hiermee voorkomt NAM dat gas ontsnapt uit de lagen waarin het zich onder de grond bevindt. Dit gebeurt met een speciaal daarvoor ingerichte installatie. Hierbij meet NAM ook de gasdruk. Als er binnen een periode van drie maanden na het afsluiten van de put geen drukopbouw meer wordt waargenomen, is de put vrijgegeven om op te ruimen.

Fase 3: Sloopwerk

Als eerste verwijdert NAM de asfaltverharding op de locatie. Door gebruik te maken van asfaltfrezen kan NAM negentig procent van het vrijkomende materiaal hergebruiken bij de productie van nieuw asfalt. Het resterende deel en onderliggende menggranulaat gaat naar een erkende verwerker en kan bijvoorbeeld dienstdoen als funderingsmateriaal in de wegenbouw.

Hetzelfde geldt voor de betonnen milieugoten op de locatie. Deze milieugoten zijn eerder aangelegd op locaties om verontreinigingen te voorkomen. Voorafgaad aan het opruimen, maakt NAM ze schoon. Vervolgens bepaalt de aannemer die het werk uitvoert wat de meest passende verwerking van de goten is: hergebruiken of er betongranulaat van maken.

Fase 4: Snijden van de put

Inmiddels vordert het werk gestaag en komt het moment in zicht dat NAM de put kan verwijderen. Hiervoor hanteert NAM strikte richtlijnen en protocollen om het werk veilig uit te voeren en de put goed af te werken.

Na het verwijderen van de boorkelder en eventuele afsluiters, snijdt een metaalwerker de put op drie meter onder het toekomstige maaiveld af. Tot vlak onder het snijvlak is de put volgestort met beton. De resterende ruimte vullen we met grind en snel hardend beton om zakkingen aan het maaiveld uit te sluiten. Tot slot plaatst de metaalwerker een stalen afdekplaat met de naam van de put op de afgesneden put. De put is veilig afgewerkt en het grondwerk kan beginnen.

Fase 5: Grondwerk

In deze fase is de locatie een zanderig terrein met een hekwerk eromheen. De aannemer kan nu beginnen met het grondwerk. Het doel hiervan is het verwijderen van verschillende onderdelen uit de ondergrond. Als eerste verwijdert hij het zandbed om de originele ondergrond te bereiken. Dit zand is na keuring ook geschikt voor hergebruik. In dit proces verwijdert de aannemer ook de oude kabels en leidingen die ondiep in de locatie liggen die hij vervolgens verzamelt en afvoert.

Eventuele milieuverontreinigingen verwijdert NAM grondig onder milieukundige begeleiding. De aannemer gaat pas weer verder met het grondwerk wanneer de situatie voldoet aan de geldende regels.

De tweede stap in het grondwerk is het omspitten van de locatie om dieper gelegen restanten en puin te verwijderen. Met een graafmachine werkt de aannemer het terrein in stroken af. Werkend van achteren naar voren haalt hij alle bodemvreemde materialen uit de grond. Het resultaat: een omgespit terrein waarin geen restanten van onze activiteiten meer te vinden zijn.

Fase 6: Cultuurtechnisch herstel

Nu vindt het cultuurtechnische herstel van de locatie plaats. Dit betekent dat NAM de opbouw van de grond weer terugbrengt zoals het was. Bij aanleg is de grond namelijk ontgraven en gescheiden opgeslagen bij de locatie. We maken onderscheid tussen A-grond (de bovenste dertig centimeter ontgraven grond en teelaarde) en B-grond (de grond eronder). Vanzelfsprekend zetten we de B-grond eerst terug om deze af te dekken met A-grond. Na het terugbrengen van de grond is het cultuurtechnisch herstellen zo goed als klaar. Alleen het inzaaien en inmeten moet dan nog gebeuren.

Fase 7: Overdracht

Voordat NAM het terrein overdraagt aan de eigenaar of toekomstige gebruiker, maakt een milieukundig bureau een eindrapport op. Hierin staat precies omschreven hoe de werkzaamheden zijn uitgevoerd, welke materialen zijn aangevoerd en waar vandaan ze komen én wat de kwaliteit is van de locatie zoals deze na sanering is achtergelaten. Hiermee is een einde gekomen aan het gebruik van het terrein door NAM en is het terrein vrij voor toekomstig gebruik.

UITGELICHT

Bodemreiniging NAM-locaties

Meer weten over het schoonmaken van NAM-locaties? Lees over het verleden, heden en toekomst van mijnbouwlocaties, en de verontreinigingen die nu of binnenkort schoongemaakt gaan worden.

Het winnen van aardgas

Aardgas is een van de belangrijkste energiebronnen van ons land. De meeste huishoudens en bedrijven in Nederland gebruiken aardgas.